Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Boelstra, Rigtje

16 maart 2026

een grutske Friezinne

 

In Sint Annaparochie bevindt zich op de Nieuwe (gemeentelijke) begraafplaats de grafkelder van de familie Wassenaar. De kelder is niet meer dan een verhoging boven het maaiveld met een hek eromheen. Aan het hek hangen aan de binnenkant, aan weerszijden, in totaal dertien bijna identieke tekstplaten van zwart marbriet, een soort ondoorschijnend glas dat rond 1900 uitgevonden was en kon dienen als vervanging van het veel duurdere marmer. In het midden ligt een afdekplaat van graniet met het opschrift ‘Grafkelder van Nanne Wassenaar gesticht 1903’. Bij eerste aanblik lijken de tekstplaten identiek, maar wie beter kijkt ziet dat dat men voor de belettering van de platen ter linkerzijde een elegante goudkleurige Jugendstil-letter gebruikt heeft, terwijl de platen aan de rechterkant een modernere zilverkleurige letter hebben. Vanwaar deze verschillen? De voormalige begraafplaatsbeheerder wist te vertellen dat rond de laatste eeuwwisseling het rechterhek bij een storm omgewaaid was, waarbij alle tekstplaten kapot waren gegaan. Ook de belettering van de nieuwe tekstplaten was volgens hem in goud uitgevoerd: het verschil in kleur zou te wijten zijn aan zon- en weersinvloeden.

De grafkelder van de familie Wassenaar op de begraafplaats in Sint Annaparochie.De grafkelder van de familie Wassenaar op de begraafplaats in Sint Annaparochie.

De kelder werd in 1903 gesticht door Nanne Arjens Wassenaar die een jaar later stierf. Hij is dan ook de eerste die hier zijn eeuwige rust vond. Nanne deelt de grafkelder met zijn vrouw, zijn broer Jan Arjens en diens vrouw Aukje, en met zijn vijf kinderen en hun wederhelft. Nanne Wassenaar werd 58 jaar. Zijn tweede vrouw, Renske Noordenbos, die tien jaar jonger was, zou hem nog 34 jaar overleven.

Nanne trouwde eerder, in mei 1867, met de dan net nog geen 20-jarige Antje Atzes Hoekstra uit Jelsum[1]. In november van dat jaar kregen ze een zoon, Atze. Het huwelijk duurde echter niet lang: Antje werd ziek en stierf in 1870 ‘na eene langdurige sukkeling’, vermeldt Nanne in de overlijdensadvertentie.  

Overlijdensadvertentie Leeuwarder Courant 3 juni 1870 (via Delpher)Overlijdensadvertentie Leeuwarder Courant 3 juni 1870 (via Delpher).

Antje werd in Jelsum bijgezet in de grafkelder van haar grootouders Tjeerd Atzes Hoekstra en Ytske Arjens Roorda, aan de voet van de Genovakerk. Ook haar overgrootouders, haar ouders en haar zoon en kleinzoon zijn hier begraven. De Hoekstra’s waren rijke boeren net als de Wassenaars.

De zoon van Antje en Nanne, Atze Nannes, volgde niet het voetspoor van zijn voorvaderen, maar ging in Groningen rechten studeren. Dat de families Wassenaar en Hoekstra niet onbemiddeld waren, blijkt wel uit het feit dat Atze al op 24-jarige leeftijd een kapitaal landhuis liet bouwen in Haren: ’t Huis de Wolf.

Huis De Wolf in Haren.Huis De Wolf in Haren.

In Haren woonde hij met zijn gezin tot 1911 wanneer hij naar Den Haag verhuisde. Vijf jaar later overleed hij in deze stad. Atze Nannes Wassenaar vond eveneens zijn laatste rustplaats in de grafkelder van de familie Hoekstra bij de kerk van Jelsum.

Grafkelder van de familie Hoekstra naast de kerk van Jelsum.Grafkelder van de familie Hoekstra naast de kerk van Jelsum.

In 1875 hertrouwde Nanne Wassenaar met Renske Noordenbos. Ze kregen vijf kinderen, waarvan de oudste, Arjen Nannes, maar drie jaar werd. Na aanvankelijk in een eigen graf te zijn begraven werden zijn stoffelijke resten later alsnog in de grafkelder bijgezet. De jongste van de vijf nakomelingen is Jan Nannes. Hij en zijn latere vrouw werden beroemd met hun veefokbedrijf.

De familie Wassenaar kwam oorspronkelijk uit Het Bildt, een vruchtbaar landbouwgebied tegen het Wad aan. Vader Nanne verhuisde echter rond 1890 met zijn gezin van de Oudebildtdijk in Sint-Jacobiparochie naar Jelsum, even ten noorden van Leeuwarden. De oudste zoon Fokke nam later de boerderij en het bedrijf over. Zijn jongere broer Arjen kon de boerderij Haskerazathe van oom Boyen, ook in Jelsum, overnemen. Dochter Janke trouwde met een arts en verhuisde naar Groningen. En ook de jongste, Jan Nannes, kwam in een gespreid bedje terecht. Een andere broer van vader, Jan Arjens, had in 1890 samen met zijn vrouw Aukje Bos in Jelsum op de hoek van de Brédyk en de Langhústerdyk een grote boerderij laten bouwen die ze Vijverzathe noemden.

Boerderij Vijverzathe in 2026.Boerderij Vijverzathe in 2026.

Jan Arjens stierf echter in 1910, Aukje vier jaar later. Het kinderloze echtpaar liet hun goedlopende veefokkerij na aan hun neef Jan Nannes, dan pas 22 jaar oud. Het was ondanks de in aantal grote families een kleine wereld van ons-kent-ons: de Wassenaars, de Hoekstra’s, de Boelstra’s, de Bonnema’s. Jan Wassenaar zal vast en zeker Rigtje Boelstra al wel een tijd gekend hebben voordat hij haar ten huwelijk vroeg. In 1916 trouwden ze. Samen wisten ze hun opfokbedrijf met het Friese stamboekvee uit te bouwen tot een bedrijf van wereldklasse.

Rigtje Boelstra (1893-1969) was een telg uit de rijke boerenfamilie Boelstra uit de directe omgeving van Stiens. Haar vader was veefokker Johannes Boelstra, haar moeder Grietje Olivier. Dit echtpaar had door overerving op het Stienser Oudland maar liefst drie monumentale boerderijen in hun bezit: Hornezate, Swaarderterp en De Botermijn. Uit het huwelijk werden negen jaar na elkaar twee dochters geboren: Rigtje en Neeltje. De meisjes ontvingen een – zeker voor die tijd – zeer goede opleiding. Eerst gingen ze naar de MMS (middelbaar onderwijs voor meisjes) in Leeuwarden, daarna naar kostscholen in het buitenland. Neeltje trouwde in 1931 met haar volle neef Douwe Hoogeveen, zoon van de bedenker van het leesplankje dat later ontwikkeld werd tot het beroemde aap-noot-mies. Douwe zelf was leraar klassieke talen en beeldend kunstenaar. Neeltje was een getalenteerd borduurster.

Ook Rigtje had artistieke gaven. Al jong besefte ze dat ze goed kon tekenen, Nadat ze haar opleidingen in Zwitserland en Engeland had voltooid en weer terug was in Nederland, nam ze lessen bij de kunstschilder Otto Erelman. De Groninger Erelman was vooral beroemd om zijn schilderijen van paarden en honden, maar hij was eveneens hofschilder van koningin Wilhelmina. Rigtje leerde bij hem koeien tekenen. Het ging haar niet zozeer om de vrije expressie en kunstzinnigheid in haar werk als wel om het minutieus kunnen natekenen van de anatomie van het dier. Een kwaliteit die haar als veefokster goed van pas zou komen, zeker in de eerste jaren toen de fotografie nog niet zo algemeen verbreid was. Ook maakte ze werk voor het Friesch Rundvee Stamboek (FRS), de coöperatie voor de Friese stamboekrundfokkerij. Tekeningen van Rigtje zijn tegenwoordig te vinden in Het Fries Museum in Leeuwarden en ook in het Fries Landbouwmuseum in Goutum. Behalve tekenen hadden twee andere visuele kunsten haar grote belangstelling: fotograferen en filmen. Haar leven lang hield ze zich hier niet onverdienstelijk mee bezig.

Toch was ze in de eerste plaats samen met echtgenoot Jan een onvermoeibaar voorvechter van het Friese stamboekvee. Talloos zijn de openbare fokveekeuringen waar mooie prijzen te winnen waren en die natuurlijk de nodige roem brachten. Samen reisden ze de hele wereld rond om het Friese rund en hun eigen hun vee te promoten. Overal maakten ze contacten en veel van hun beste stieren en koeien – en hun nakomelingen - werden beroemd of verhuisden zelfs naar het buitenland: Jelsumer Grietje 135 bijvoorbeeld, en Jelsumer Grietje 169, die weer de moeder was van de beroemde fokstier Jelsumer Gerard Wouter die uiteindelijk in Frankrijk terecht zou komen.

Het Friese stamboekvee is een mooi uitziend ras: niet te groot, goed geproportioneerd, een gulle melkgeefster, meestal zwart-wit. Ter ere van het 75-jarig bestaan van de FRS in 1954 boden de gezamenlijke fokkers een bronzen beeld van een Friese koe aan: Ús Mem. Het meer dan levensgrote werk werd gemaakt door Jan Adema en staat nu op de rotonde bij de Harlingersingel in Leeuwarden.

Leeuwarden ûs mem (foto Bouwe Brouwer, 2007)Leeuwarden Ús Mem (foto Bouwe Brouwer, 2007)

Rigtje en Jan maakten veel vrienden waaronder hooggeplaatste personen: de plaatselijke adel, fabrikanten en grote ondernemers uit de omgeving, maar ook bijvoorbeeld koningin Juliana en prins Bernard die een paar keer op Vijverzathe zijn geweest. Als klap op de vuurpijl kwam in 1959 de Sjah van Perzië (nu: Iran) in gezelschap van koningin en prins het vee bekijken. De filmbeelden die gemaakt werden van dit het bezoek tonen twee vorstinnen: koningin Juliana oogt bijna nietig naast de pronte Friezin, koningin op haar bedrijf.[2]

Staatsbezoek van de sjah van Perzie in 1959. Rechts Rigtje Boelsma (Foto Wim van Rossem / Anefo, Nationaal Archief CC0)Staatsbezoek van de sjah van Perzie in 1959. Rechts Rigtje Boelsma
(Foto Wim van Rossem / Anefo, Nationaal Archief CC0)

Voorhuis en achterhuis van Vijverzathe zagen er altijd piekfijn uit. Er was dan ook voldoende personeel: een echtpaar dat de bedrijfsleiding deed, acht mannen in vaste dienst voor het achterhuis, tijdelijke werknemers, en twee werksters en een dagmeisje in het voorhuis. Ieder had een vaste taak. Iedere dag moesten matten en kleden geklopt worden, iedere week het koper gepoetst. De meer dan vijftig koeien vroegen hun dagelijkse verzorging, de stallen moesten uitgemest en schoongehouden, het stro ververst. Het was hard werken. In het in 2014 verschenen boek Strie moat bolsterje komen verschillende oud-personeelsleden aan het woord die tussen 1950 en 1969 op het bedrijf werkten. Het moet er feodaal aan toe zijn gegaan. Hoewel veel medewerkers zeggen dat ze terugkijken op een fijne tijd, zijn er ook regelmatig opmerkingen te lezen over de hooghartigheid van met name mevrouw. Jan en Rigtje Wassenaar eisten strikte gehoorzaamheid en duldden geen tegenspraak. Tegelijk kreeg het personeel ook wel cadeautjes van hun werkgevers en namen meneer en mevrouw hun mensen mee op uitstapjes. In november 1958 namen Jan en Rigtje hun bedrijfsleider Piet Sinnema en zijn vrouw mee naar Amsterdam. Ze logeerden in Hotel Americain. Daar overlijdt Jan Wassenaar echter heel onverwacht.

Rigtje zette het bedrijf nog tien jaar voort, maar de fokkerij met Friese stamboekvee liep ten einde. Er kwamen andere koeienrassen die meer rendement gaven, de werkmethoden veranderden, de fokstieren waren te duur geworden. In 1968 werd Rigtje Wasssenaar echter nog benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege haar verdiensten voor de Friese veeteelt. Een jaar later, in april 1969, overleed ze. Ze werd bijgezet in de grafkelder van de familie Wassenaar op de begraafplaats in Sint Annaparochie.

Tekstplaten van marbriet ter herinnering aan Rigtje Boelstra en haar echtgenootTekstplaten van marbriet ter herinnering aan Rigtje Boelstra en haar echtgenoot.

 In 2024 vereerde de gemeente Leeuwarden haar met een straatnaam in Stiens: De Rigtje Wassenaarstrjitte.

 

Noten

[1] Op de tekstplaat staat als geboortedatum 22 mei 1843, in diverse archieven wordt echter het jaar 1847 genoemd. In haar overlijdensadvertentie uit 1870 wordt ook vermeld dat zij op 23-jarige leeftijd overlijdt.

[2] Er zijn een paar filmpjes te zien op Youtube, waaronder een gemaakt door Rigtje Wassenaar dat ons het platteland van Friesland toont zoals het nog was in de jaren 50, met weidevogels en weiden vol bloemen. Hierin is ook het bezoek van de sjah opgenomen.

Literatuur

  • Fokkema-de Beer, Gerda, ‘Strie moat bolsterje’, werken op fokbedrijf Vijver Zathe in Jelsum bij Jan en Rigtje Wassenaar-Boelstra in de jaren 1950-1969, Afron, Friese vereniging voor historische landbouw, Britsum, [2014].
  • Kuiken, Kees, Boelstra - Olivier Stichting 1952-2012, 'allles in de beste staat van cultuur'. Prosopo, Haren, 2012.

 

Aangepast: 18 maart 2026