Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Mouw-Zillinger, Anna Elisabetha dèr


‘hoog begaafd naar hoofd en hart’

De ondergeteekenden, allen ingezetenen van de gemeente Deventer, overtuigd van de noodzakelijkheid, dat op het voorbeeld van andere steden in ons land, ook hier de gelegenheid worde geopend, om aan meisjes een onderwijs te verschaffen, in overeenstemming met de eischen van den tegenwoordigen tijd en dat zulks zoude kunnen bijdragen tot den bloei dezer gemeente, nemen de vrijheid zich tot uwe vergadering

te wenden met het verzoek: dat zij op een niet te ver verwijderd tijdstip het onderwijs voor meisjes zoodanig regele, dat ook deze, van wege de gemeente in de gelegenheid worden gesteld om in de leervakken van het middelbaar onderwijs, ingerigt naar hare behoeften, onderwezen te worden.

In november 1870 stuurden 48 prominente Deventenaren een brief met bovenstaande inhoud naar de gemeenteraad van Deventer. Minister Thorbecke had in 1863 de Wet op het middelbaar onderwijs door de Kamer geloodst die een moderne vorm van vervolgonderwijs behelsde. Behalve het gymnasium (opgericht in 1848) en het Athenaeum illustre[i], die voorbereidden op een universitaire studie, kwam er een nieuw schooltype bij: de hogereburgerschool (hbs), een vorm van onderwijs die meer gericht was op nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij en op het zakenleven. De nieuwe wet was echter alleen bedoeld voor onderwijs aan jongens, het woord ‘meisjesonderwijs’ kwam er zelfs niet in voor. Door Kamervragen ontstond er echter toch nog aandacht voor een betere schooleducatie voor meisjes.

Anna Elisabeth dèr Mouw-Zillinger (afbeelding KB, proefschrift door A.M. Cram-Magré, Dèr Mouw-Adwaita, Groningen: J.B. Wolters 1962)

Werden in 1864 de eerste hbs-instellingen opgericht, waaronder in Deventer, in 1867 volgde in Haarlem de eerste meisjes-hbs. Deventer volgde in 1872. De gemeenteraad had gehoor gegeven aan de dringende verzoeken uit de gegoede burgerij. In september 1872 ging de nieuwe school van start. Uit drie kandidaten voor de functie van directrice werd Anna Elisabetha dèr Mouw-Zillinger benoemd, voor een jaarsalaris van fl. 2.000.  Zij werd bijgestaan door een team van twee leraressen en vijf leraren, die respectievelijk fl. 1.200 en fl. 1.600 per jaar gingen verdienen. Het lesprogramma omvatte de vakken Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse taal- en letterkunde, geschiedenis, aardrijkskunde, boekhouden, staathuishoudkunde en staatsinrichting, natuurlijke historie en gezondheidsleer, de geschiedenis van kunst en letterkunde, het handtekenen, gymnastiek, en daarnaast 'de natuur- en scheikunde en hare voornaamste toepassingen', en 'de beginselen der wiskunde'. Het laatste vak zou later nog wel eens ter sprake komen. Het nuttige handwerken ontbrak op het lesprogramma. Die konden de meisjes thuis wel leren.

Over de doelstellingen van het onderwijs was de raadscommissie - in onze ogen - niet zo heel duidelijk geweest:

[dat] de beschaafde vrouw, zal zij de haar toekomende plaats in de maatschappij voortaan op waardige wijze blijven vervullen, in geestbeschaving, en ontwikkeling niet mag achterstaan bij den man en dat noch het lager, noch het meer uitgebreid lager onderwijs bij machte is daarin op den duur genoegzaam te voorzien. Een goed geordend, naar de behoeften der vrouw, ingericht middelbaar onderwijs acht zij in staat haar bij hare intreding der maatschappij te voorzien van die kundigheden, haar die beschaving des geestes en ontwikkeling van verstand en hart bij te brengen, welke haar in haar volgend leven een sieraad onzer maatschappij zullen doen zijn.

Tot 1893 was de school gehuisvest boven de gymnastieklokalen van de hbs aan de Pontsteeg. Het was er koud en tochtig en de enthousiaste kreten van de hbs’ers bij de gymnastiekles drongen hinderlijk door tijdens de lessen. Daarna betrok de school voor tien jaar een aantal lokalen in het zestiende-eeuwse Waaggebouw, hetgeen ook niet bepaald een succes was. De gangen waren te smal, en de lokalen te klein. Bovendien drong de stank van het urinoir, dat tegen het gebouw geplaatst was, door tot in de leslokalen. Gelukkig kreeg men in 1913 opnieuw een andere locatie tot zijn beschikking. Maar dat was ver na de tijd van mevrouw Dèr Mouw.

Anna Elisabetha dèr Mouw-Zillinger[ii] - we weten haar roepnaam niet – werd op 4 juni 1831 in Doesburg geboren als dochter van de Duitse musicus Johann Andreas Zillinger en de Nederlandse Hendrika de Rijk. Vader was in 1822 in Doesburg benoemd tot muziekmeester en beiaardier, van moeder is geen beroep bekend, ze kwam wel uit een kunstzinnige familie. Anna Elisabetha was een ondernemende dame: toen ze 22 jaar was, stichtte ze al haar eigen school. Vier jaar later trouwde ze met Jacobus Cornelis dèr Mouw, een boekhandelaar. Nog geen jaar later kregen ze hun eerste kind, een meisje dat ze Betsy noemden. Op 24 juli 1863 volgde er een zoon: Johan Andreas. Hij werd later de beroemde dichter van wie half Nederland wel de dichtregels kende: ‘Ik ben Brahman, maar we zitten zonder meid.’ In februari 1864 verhuisde het jonge gezin naar Zwolle, na eerst nog een jaartje in Westervoort te hebben gewoond. Ze gingen wonen op de Nieuwe Markt (toen nummer G 44, nu 24), waar vader Dèr Mouw een leesbibliotheek begon. Kort na hun verhuizing trokken ook Anna Elisabetha’s moeder en twee zusjes bij hen in. Anderhalf jaar later betrok de hele familie een groter huis aan de Diezerstraat 85.

Anna Elisabetha legde opnieuw een enorme ambitie en werklust aan de dag. Naast de zorg in het drukke huishouden had ze gedegen voorbereidingen getroffen om ook in Zwolle een school te starten. In 1866 was het zover: in het grote woonhuis opende ze een school voor gewoon en meer uitgebreid lager onderwijs voor meisjes uit de gegoede stand. Ze had intussen behalve de hoofdakte voor onderwijzers, ook lesbevoegdheden behaald voor Frans, Engels en Duits. Haar zusters Berendina en Andrea stonden haar bij en de gemeente Zwolle was een tijdje later uitermate tevreden over de kwaliteit van de opleiding.

Thuis bestierde grootmoeder Zillinger de zaken. Toch vervulde moeder Anna Elisabetha in de herinnering van haar zoon Johan Andreas een grote rol. In het godvruchtige gezin zorgde ze voor geborgenheid en straalde ze warmte uit. Ook haar pianospel en de muzieklessen die ze hem gaf bleven hem altijd bij. Van vader Dèr Mouw weten we niet heel veel. Hij moet meer op de achtergrond gebleven zijn, een echtgenoot die in de schaduw bleef van zijn energieke vrouw. De school in Zwolle was echter niet het eindstation. Zoals in het begin al vermeld, werd in 1872 in Deventer een hogereburgerschool voor meisjes opgericht en benoemde het gemeentebestuur in mei mevrouw A.E. dèr Mouw-Zillinger tot directrice. Er volgden drukke zomermaanden waarin de verhuizing en de voorbereidingen voor de nieuwe baan hun beslag moesten krijgen. Grootmoeder Zillinger was in 1870 overleden, maar de zusjes Berendina en Andrea verhuisden met het gezin mee naar Deventer. De school in Zwolle kwam in andere handen.

Het huis aan de Kleine Overstraat (Foto-Studio J.H. Rutgers, Collectie Overijssel locatie Deventer)Het huis aan de Kleine Overstraat (Foto-Studio J.H. Rutgers, Collectie Overijssel locatie Deventer)

De familie kwam te wonen in de Kleine Overstraat 34. Achter het huis was een grote tuin, en daarachter liet de gemeente in 1874 een nieuwe school voor uitgebreid lager onderwijs bouwen. Zoon Johan genoot van die tuin, getuige een aantal latere gedichten van hem.

'k Zat, jong, graag in mijn
pereboom te deinen:
in de afgeknotte top had
ik een plank
getimmerd, en gevlochten,
rank door rank,
klimop tot rugleun en
veil'ge gordijnen.

Mijn zomerzon zag 'k
in mijn tuinen schijnen,
zelf in groen licht op
wiegelende bank;
een open schoolraam
galmde in zeur'ge klank
van kale en korte Karels
en Pepijnen.
[…]

Anna Elisabetha dèr Mouw kreeg het niet altijd makkelijk als directrice van een meisjesschool die vooral bezocht wordt door meisjes uit de gegoede kringen. Het voortbestaan van de meisjes-hbs wankelde zelfs af en toe. In 1885 werd er van gemeentewege gedreigd met opheffing: de school had te weinig leerlingen en was te duur. Bovendien twijfelde men over het nut van middelbaar onderwijs voor meisjes, zeker als dat maar voor een kleine groep bestemd was. Een jaar later werd ook nog eens de overheidssubsidie van fl. 3 000,-- ingetrokken. Men noemde de school een ‘weelde-artikel’. Pas in 1929 wist de opleiding zich – door een flinke reorganisatie van doelstellingen, lesprogramma en verlenging van het aantal schooljaren tot vijf - een plaats te verwerven in het reguliere onderwijs.

Maar de directrice bleef zich standvastig inzetten voor haar school. De kinderen waren inmiddels uit huis. Dochter Betsy was getrouwd. Zoon Johan had in 1883 zijn gymnasiumdiploma behaald en kreeg in 1888 een aanstelling in Doetinchem als leraar klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium.

Overlijdensadvertentie Deventer Dagblad.Overlijdensadvertentie Deventer Dagblad.

Dan, op zaterdag 13 februari 1892, overlijdt heel onverwacht Anna Elisabetha dèr Mouw-Zillinger. ’s Morgens was ze nog op school geweest, om twee uur ’s middags stierf ze, zestig jaar oud.

Grafmonument Anna Eliabeth dèr Mouw-Zillinger.Grafmonument Anna Eliabeth dèr Mouw-Zillinger.

De dinsdag erop werd ze onder grote belangstelling begraven op de begraafplaats aan de Diepenveenseweg in Deventer. Behalve de familie was de burgemeester er, en de wethouder van onderwijs. Alle leraren bewezen haar de laatste eer, evenals vele leerlingen en oud-leerlingen. De volgende dag stond er een mooi In Memoriam in het Deventer Dagblad.

In memoriam Deventer Dagblad 17 februari 1892

In memoriam Deventer Dagblad 17 februari 1892

In memoriam Deventer Dagblad 17 februari 1892

In memoriam Deventer Dagblad 17 februari 1892In memoriam Deventer Dagblad 17 februari 1892

 

Noten

[i] Het Athenaeum Illustre sloot in 1878 zijn deuren.

[ii] Het accent op de letter e in ‘dèr’ schijnt een ambtelijke verschrijving te zijn geweest.

Literatuur

  • Cram-Magré, A.M., ‘Johan Andreas der Mouw, 24 juli 1863 – 8 juli 1919’, In: Zwols Historisch Tijdschrift, 1988, nr. 3, jrg. 5. (digitale versie)
  • Custers, Lucien, Alleen in wervelende wereld, Het leven van Johan Andréas dèr Mouw, (1863-1919), Uitgeverij Van Tilt, Nijmegen, 2018.
  • Hogenstijn, C.M., De akker van de geest bewerken, Geschiedenis van het voortgezet onderwijs te Deventer: van Kapittelschool tot Etty Hillesum Lyceum, Arko uitgeverij BV, Nieuwegein, 2005, Deventer Reeks.
  • Jansen, Dannie, ‘Op- en nedergang van een 'weelde-artikel', negenennegentig jaar middelbaar onderwijs voor meisjes’. In: Alexander Hegiuslezing 1998: ‘Studeren op stro’ door prof. Kees Fens, en ‘En wat is de moraal?’ door prof. Dr. Herman Pleij, Uitgeverij Langhout & De Vries, Heerde, 1998.
  • 'Mouw, Anna Elizabetha dèr' in: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 5(1921)

 

Aangepast: 15 juli 2026