Het archeologische aspect van onderzoek naar verdwenen Joodse begraafplaatsen in Nederland (deel II)
In Nederland zijn door de eeuwen heen minimaal 82 Joodse begraafplaatsen geruimd of verdwenen. Dat bleek uit onderzoek dat is gedaan in 2024 en 2025. De aanleiding voor het onderzoek was het aantreffen van menselijke botresten die zich bevonden op de locaties van voormalige Joodse begraafplaatsen. Op deze locaties werden geen archeologische resten verwacht omdat deze geruimd zouden zijn, maar niets was minder waar.
De huidige omgeving van de Joodse begraafplaats aan de Dijkstraat in Rotterdam.In Winschoten, Groningen werden tijdens de aanleg van een riolering menselijke botresten aangetroffen. De begraafplaats was geruimd, maar blijkbaar niet volledig. Na archeologisch onderzoek, onder toezicht van een rabbijn, bleken op deze locatie nog resten te liggen van 11 individuen. In Kampen werd één middenhandsbeentje gevonden en in Amersfoort werden nog botresten van 13 individuen aangetroffen. Men dacht dat de Sefardische begraafplaats in Amersfoort geruimd was omdat de graven bovengronds niet herkend konden worden. Vanwege deze aanname, werd verwacht dat daar bodemwerkzaamheden konden plaatsvinden. De Joodse begraafplaats in Amersfoort is uiteindelijk bewaard gebleven. Op minimaal 82 locaties in Nederland zijn dergelijke situaties voorgekomen. Een aantal daarvan worden hieronder uitgelicht.
Kralingen, Rotterdam
In 1737 werd aan de Dijkstraat in Kralingen een Joodse begraafplaats aangelegd die tot 1895 in gebruik bleef als belangrijkste Joodse begraafplaats van Rotterdam. Vanaf dat jaar vonden de meeste begravingen plaats op de nieuwe begraafplaats aan het Toepad. In 1965 werd de oude begraafplaats geruimd. Volgens de beschikbare bronnen gebeurde dit voornamelijk vanwege een lekkage, al is niet duidelijk om wat voor lekkage het precies ging. De menselijke resten werden onder rabbinaal toezicht herbegraven op de begraafplaats aan het Toepad.
Voormalig buurtbewoner Alfred E. Dekker liet weten wat zich op de begraafplaats heeft afgespeeld in de jaren voorafgaand aan de ruiming. Hij herinnert zich dat jongeren uit de buurt zich (waaronder zijn schoolgenoten) geregeld toegang verschaften tot het terrein om daar te spelen en dat daarbij vernielingen voorkwamen. “Mijn ouders en vooral mijn moeder hadden mij verboden daaraan mee te doen. Het was voor mij niet moeilijk hen te gehoorzamen indachtig hun spaarzame verhalen over hun ellendige onderduik.” vertelt de heer Dekker.
Hoewel niet kan worden vastgesteld of dit heeft bijgedragen aan het besluit tot ruiming, laat deze herinnering zien dat de begraafplaats in haar laatste decennia te maken had met ongeoorloofde betreding en vandalisme. De voormalige bewoner betreurde bovendien dat de begraafplaats uiteindelijk verdween ten behoeve van de stadsvernieuwing. Ter plekke zijn woningen gebouwd en deels een vijver aangelegd, toepasselijk de Jodenvijver genaamd.
Loppersum
Op 24 februari 1863 werd het verzoek om een Joodse begraafplaats in Loppersum in te richten, volledig goedgekeurd. Op 30 november 1883, verkocht de gemeente Loppersum het stuk grond aan notaris Wolsink uit Loppersum. Op 22 november 1884 gaf het bestuur van het Israëlitisch Kerkgenootschap het huurrecht op. Als voorwaarde werd gesteld dat de gemeente Loppersum een gedeelte van de Algemene Begraafplaats beschikbaar stelde om aldaar een Joodse begraafplaats in te richten. Grafmonumenten werden langzamerhand verwijderd, waardoor de begraafplaats op den duur niet meer als zodanig zichtbaar was.
De begraafplaats is zo’n vijftien jaar geleden herontdekt. De overledenen op deze begraafplaats hebben hun recht op eeuwige grafrust kunnen behouden. De geboorte- en overlijdensdata van de begraven individuen zijn verzameld en op een plaat van zwart natuursteen gezet. Deze steen werd geplaatst in 2015. Waarschijnlijk is niet de gehele begraafplaats in oorspronkelijke staat teruggebracht, maar bedekt een deel van het terras van het nabij gelegen hotel eveneens de grond. Voor sommige Joden (de kohaniem) is dit terras dan ook verboden te betreden.
De tekstplaat die bij de begraafplaats in Loppersum herinnert aan de Joden die hier begraven zijn (foto Leon Bok).
Borne, Buren
Waarschijnlijk bevond zich aan het einde van de zeventiende eeuw nabij boerderij De Lemmerij in de gemeente Borne een Joodse begraafplaats. Het terrein was oorspronkelijk omheind, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de begraafplaats ernstig in verval. Volgens een geraadpleegde bron verwijderde een als 'Duitsvriendelijk' omschreven boer delen van de omheining, waarna hij het terrein gebruikte voor het houden van varkens en koeien. Hierdoor werd de rustplaats van de overledenen aangetast. De situatie werd uiteindelijk zo problematisch geacht dat het opperrabbinaat toestemming verleende om de graven te ruimen en de stoffelijke resten over te brengen naar de Joodse begraafplaats Kanaän aan de Prins Hendrikweg, tegenwoordig de Twijnerstraat in Borne. Deze overbrenging vond plaats in 1963. Ter plekke bleef een weiland achter maar in de laatste decennia heeft de ontwikkeling van een industrieterrein de omgeving drastisch veranderd en is de locatie minder herkenbaar geworden.
De oude Joodse begraafplaats van Borne, gefotografeerd in 1962 (foto H.M. Corwin, Beeldbank Heemkundevereniging Borne).
Resultaten na het onderzoek
Na het publiceren van het onderzoek, is er veel interesse getoond naar de resultaten. Onder andere lieten sommigen via LinkedIn weten welke begraafplaatsen nog meer verdwenen en daarna beschermd werden. Zo gebeurde dat met de begraafplaatsen in De Maten en Roswinkel.
In De Maten lag een Joodse begraafplaats voor de Joodse inwoners van Ter Apel en Noord-Drenthe. Volgens het kadaster bestond deze al tussen 1832 en 1836. Toen in de negentiende eeuw een Joodse begraafplaats werd aangelegd in Roswinkel, raakte De Maten buiten gebruik. Ook Roswinkel verloor zijn functie nadat Ter Apel in 1886 een eigen begraafplaats kreeg.
Aan het begin van de twintigste eeuw waren beide begraafplaatsen verlaten en niet omheind, waardoor schade ontstond door landbouwactiviteiten en vee. Later werden de terreinen alsnog gemarkeerd en beschermd. De voormalige begraafplaats in Roswinkel is tegenwoordig herkenbaar aan een gedenksteen, een beukenhaag en een monument voor de Joodse oorlogsslachtoffers uit het dorp. In De Maten werd in 2004 een gedenksteen geplaatst met de Hebreeuwse tekst Beth Chajiem (‘Huis der Levenden’) en het is omheind met betonpalen en draad.
Bronnen:
- Bekkering, G. (2021). De oudste Joodse begraafplaats van Borne. BOORN & BOERSCHOP, 36.
- Göbel, C. S. (2025); Voormalige Joodse begraafplaatsen in Nederland: Onderzoek naar geruimde en verdwenen Joodse begraafplaatsen. Via: hbo-kennisbank.nl. (geraadpleegd 26 februari 2026).
- Harkema-Lentz, G. F. H. (2011, september). Begraafplaats: Ter Apel. historiejoodsgroningen.nl. Geraadpleegd op 2 juni 2026/
- d’Hollosy, T. (2006). Zocherplantsoen Noord langs rustig water. Archeologisch onderzoek naar de verloren gewaande Portugees-Joodse begraafplaats bij de Bloemendalsebuitenpoort. easy.dans.knaw.nl.
- Jager, A. (z.d.). Archeologische monumentenzorg over 2019. kamperalmanak.nl. Historische vereniging voor de IJsseldelta ‘Jan van Arkel’. Geraadpleegd op 10 augustus 2024
- Joods Groningen. (2024, 25 november). Begraafplaats Loppersum – Joods Groningen. joodsgroningen.nl. Geraadpleegd op 29 januari 2025
- Smole, L. (z.d.). Winschoten en haar Joden.
- Stichting Heimisj. (2024, 15 augustus). Begraafplaats Dijkstraat. joodserfgoedrotterdam.nl. Geraadpleegd op 5 oktober 2024




