Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Deventer - Het Twentoldrama op 10 april 1945

07 april 2026

Op 10 april 1945 staan in Deventer vijf jonge mensen voor een Duits vuurpeloton. Even later is hun leven voorbij. Een paar uur later trekken Canadese troepen de stad binnen. Deze tragedie is in de plaatselijke geschiedenis bekend geworden als het Twentoldrama. De vijf behoorden tot een verzetsgroep die aan het einde van de oorlog een strategische brug in de directe nabijheid van de smeeroliefabriek Twentol probeerden te behouden voor de bevrijders. De groep bestond uit zeven mannen en een vrouw in leeftijd variërend van negentien tot eenenveertig jaar: Corry van Baalen-Bosch (19), Jos Westland van Baalen (22), Jan van Gennep Lührs (24), Harry Engels (25), Jaap Bennebroek Evertsz (21), Martinus Woertman (20), Gerard Verhoeven (?) en Derk Jan Bruggeman (41). Het merendeel was student aan de Tropische Landbouwschool in Deventer.

Alle overleden leden van de verzetsgroep.Alle overleden leden van de verzetsgroep.

Op zondag 8 april betrokken ze de smeeroliefabriek. Twee dagen later, in de vroege ochtend van 10 april, werden ze ontdekt door een Duits soldaat. Gerard Verhoeven wist na een gevecht de man te overmeesteren. Deze smeekte om zijn leven te sparen en hem vrij te laten. Hij zou hen niet verraden. De groep liet hem gaan. Nog geen half uur later werd de fabriek omsingeld en begonnen de Duitsers te schieten. Jan van Gennep Lührs was onmiddellijk dood. Gerard Verhoeven wist te ontvluchten en vijf verzetsstrijders vielen in handen van de Duitsers nadat de fabriek in brand was geschoten. Derk Jan Bruggeman kwam ook om het leven, maar zijn verbrande lichaam werd pas dagen later teruggevonden.

De vijf gevangen verzetsstrijders werden gedwongen de lange Mr. De Boerlaan af te lopen en daarna rechtsaf, de Snippelingsdijk op. Bij een speeltuintje moesten ze halthouden en kregen ze de mededeling dat ze gefusilleerd zouden worden. Toen de Duitse commandant de soldaten voor het executiepeloton aanwees, weigerde er één mee te werken aan deze standrechtelijke executie, waarna hij meteen werd doodgeschoten. Ernst Wilhelm Johannes Gräwe was een dertigjarige, getrouwde hospitaalsoldaat afkomstig uit Unna in de buurt van Dortmund. Hij werd aanvankelijk begraven op de algemene begraafplaats in Deventer, maar in 1949 herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn, blok BP 12-276.

Foto uit het soldijboekje van Ernst GraweFoto uit het soldijboekje van Ernst Grawe.

Na de executie werden de verzetsmensen opgebaard in de Grote of Lebuïnuskerk en op zaterdag 14 april onder een enorme belangstelling begraven op de algemene begraafplaats.

Opgebaarde slachtoffers en verzetsstrijders in de Grote Kerk van Deventer (Nationaal Archief - Willem van de Poll / Anefo)Opgebaarde slachtoffers en verzetsstrijders in de Grote Kerk van Deventer
(Nationaal Archief - Willem van de Poll / Anefo).

Opmerkelijk is dat er alleen van Corry van Baalen-Bosch een indringende foto is: liggend in haar kist, met zeer zichtbaar de twee kogelgaten aan haar slaap. Van de gedode mannen is een dergelijke foto niet bekend.

Omgekomen verzetsstrijdster opgebaard in de Grote Kerk  (Nationaal Archief - Willem van de Poll / Anefo)Omgekomen verzetsstrijdster opgebaard in de Grote Kerk
(Nationaal Archief - Willem van de Poll / Anefo).

Misschien sprak het tot de verbeelding dat een zo jonge vrouw - Corry was pas 19 – door bruut vijandelijk geweld om het leven was gebracht. Corry was als Cornelia Bosch in 1925 in Deventer geboren en groeide op met zeven zusjes en twee broers. Vader was stukadoor, moeder huisvrouw. Na haar schooltijd was ze aan de slag gegaan als laboratoriumassistente bij wat toen nog Noury & Van der Lande N.V. heette, later opgegaan in het wereldconcern AkzoNobel. Ze was een stoere meid die bijna als vanzelfsprekend in de oorlog koerierster werd bij een verzetsgroep, zo werd verteld door mensen die haar gekend hebben. In deze groep maakte ze onder meer kennis met Joost Wanders Westland van Baalen. Ze werden verliefd en trouwden op 28 maart 1945. Nog geen twee weken later kwam aan dat geluk een eind.

Graven van de slachtoffers op begraafplaats Steenbrugge.Graven van de slachtoffers op begraafplaats Steenbrugge.

De zeven gesneuvelde verzetsstrijders zijn begraven op de Algemene Begraafplaats Deventer aan de Raalterweg (nu: begraafplaats Steenbrugge). Derk Jan Bruggeman werd later begraven. Zijn lichaam werd pas gevonden na de begrafenis van de andere zes slachtoffers. De tekst op gezamenlijke monument luidt:

Uit dankbaarheid voor hun heldhaftig gedrag geschonken door de Deventer burgerij

Er bevinden zich acht gedenkstenen met de namen. De achtste verzetsstrijder die hier begraven ligt, Zeger van Boetzelaer, was al in december 1944 in een vuurgevecht gesneuveld, maar hij behoorde tot dezelfde groep en werd daarom in dit gezamenlijke graf herbegraven.

Monument op de fusilladeplek.Monument op de fusilladeplek.

Ook op de plek waar ze gefusilleerd zijn, werd al kort na de oorlog een bakstenen monument opgericht. Naast het monument is op een zwart tekstbord te lezen:

Op de dag van de bevrijding van Deventer, 10 april 1945, wilden jonge verzetsstrijders de bruggen over de IJssel en de havens voor de bevrijders veilig stellen. Twee van hen kwamen om in hun schuilplaats, het gebouw 'Twentol'. Vijf werden hierheen gevoerd en gefusilleerd. Dit monument en de treurwilg ernaast vormen een eerbiedige herinnering aan hun leven en sterven. Respect verdient eveneens de Duitser Ernst Gräwe, die weigerde aan de executie deel te nemen en wiens leven hier een gewelddadig einde vond.

Ieder jaar voert tijdens de dodenherdenking op 4 mei een stille tocht langs dit monument en worden er bloemstukken gelegd ter nagedachtenis aan de wrede en zinloze dood van deze nog zo jonge mensen.

 

Literatuur 

  • Vos, K.H., Klakkende laarzen langs de IJssel, Deventer en zijn inwoners in de Tweede Wereldoorlog, 1995 (Deventer Reeks).
  • Carla van Baalen, Dick de Mildt, Bosch, Cornelia, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. [11/01/2018]

Internet (geraadpleegd maart 2026)

 

Aangepast: 07 april 2026