Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Ritthem - Een bijzonder graf voor een markante ambachtsheer


Een bijzondere plek voor een markant man: het grafmonument voor ambachtsheer Nicolaas Cornelis Lambrechtsen (Vlissingen, 29 februari 1752 – Middelburg, 21 mei 1823) in Ritthem ziet er weer puntgaaf uit. Daar is twee jaar plannen en restaureren aan vooraf gegaan. Het grafmonument van Lambrechtsen ligt op het kerkhof bij het rustieke kerkje. Het grafmonument moest hoognodig worden opgeknapt, want de zerken waren niet meer te lezen en gebarsten, het metselwerk op de grafkelder viel uit elkaar en het hek moest gerepareerd worden.

Overzicht van de gerestaureerde grafkelder (foto Leon Bok)Overzicht van de gerestaureerde grafkelder (foto Leon Bok, 2026)De financiering was een punt. Hoe kregen de organisatoren, Nicoline Beck, nazaat, en Jos Lambrechtsen, de huidige ambachtsheer, de benodigde middelen bij elkaar? Het Hurgronjefonds wilde wel helpen met een subsidie en bood aan om het opgehaalde geld te verdubbelen. De familie Lambrechtsen bracht het geld bij elkaar en zo kwam er meer dan 15.000 euro op tafel. Een oproep in het dorp en derden zorgden voor de laatste duizend euro.

In deze periode werd bovendien duidelijk dat het een familiegraf was, dat ook bedoeld was voor de schoonzussen van Lambrechtsen, Johanna en Hillegonda Schorer.Voor het verwijderen van de zerken werd een kraan ingezet (foto Nicoline Beck).Voor het verwijderen van de zerken werd een kraan ingezet (foto Nicoline Beck).

De restauratie

Van september 2025 tot januari 2026 vond de restauratie plaats. Deze werd uitgevoerd door Adriaan Rijken uit Koudekerke, die in de wijde omgeving zijn strepen inmiddels heeft verdiend met het opknappen van oude grafmonumenten. Smederij Matthijsse uit Meliskerke zorgde voor het hekwerk dat op het graf stond. Tijdens de restauratie is de grafkelder geopend. Dit was een cruciaal moment. Zo konden Jos en Nicoline met eigen ogen zien of de schoonzussen daar waren bijgezet.

Het linker compartiment bleek leeg, dus geen schoonzussen (foto Michel de Vos Burchart).Het linker compartiment van de kelder bleek leeg, dus geen schoonzussen (foto Michel de Vos Burchart).

De schoonzussen bleken er niet te liggen, enkel de ambachtsheer zelf. Wel werd de unieke constructie van de grafkelder zichtbaar: onder de zerk lagen dekstenen en de beide keldercompartimenten waren gevuld met water. Vermoedelijk heeft daar de inundatie van 1944 - 1946 aan bijgedragen. Het water heeft er wel voor gezorgd dat de grenen kist nog puntgaaf was, omdat er geen zuurstof bij kon komen. Eerst was het plan de beide kelders te vullen met zand en/of schelpen, maar daar is vanaf gezien. De kelder is gesloten, nadat het op dezelfde manier is gevuld met water. Het is dus weer zuurstofvrij en kan weer heel lang mee.

De grenen grafkist van N.C. Lambrechtsen. Hij ligt met zijn voeten naar de kerk (foto Michel de Vos Burchart).De grenen grafkist van N.C. Lambrechtsen. Hij ligt met zijn voeten naar de kerk (foto Michel de Vos Burchart).

Vrijdag 30 januari 2026 werd het informatiebord dat bij het grafmonument is geplaatst, onthuld in aanwezigheid van de huidige ambachtsheer Jos Lambrechtsen, vele nazaten en burgemeester Bas van den Tillaar van Vlissingen.

Naast het met een hek omsloten grafmonument staat nu een informatiebord dat kort uitlegt wie Nicolaas Cornelis was. Want dat hij een bijzonder man was, staat als een paal boven water. Deze ambachtsheer van Ritthem werd in 1823 op deze mooie plek te ruste gelegd, omdat hij veel voor Walcheren, de Zeeuwen en het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen heeft betekend.

Een markant leven

Geboren in 1752 als zoon van raad en schepen van Vlissingen, Nicolaas Lambrechtsen (1716-1780) en Maria Kroef (1725-1785), vertrok Lambrechtsen na de Latijnse School naar de universiteit van Utrecht, waar hij als 21-jarige met grote lof promoveerde in de rechtsgeleerdheid.

Vanaf 30 april 1774 was Lambrechtsen pensionaris van Vlissingen, de hoogste juridisch adviseur van de stad Vlissingen. In de roerige tijden rond de Franse revolutie en de opkomst van de Bataafse Republiek zetten de gewone burgers zich af tegen de notabelen en adel, wat op 30 september 1787 resulteerde in de plundering van 45 woningen, waaronder dat van Lambrechtsen door Oranjegezinden. Lambrechtsen verhuisde daarop naar Middelburg, waar hij actief was in de gemeenteraad, als wethouder en als gedeputeerde van de Provinciale Staten van Zeeland.

Tussen 1793 en 1823 woonde hij afwisselend aan de Rouaanse Kaai in Middelburg en in het Huys Den Dolfijn, de plek waar tegenwoordig de Middelburgse wijk Dauwendale ligt.

Na de omwenteling van 1795 werd Lambrechtsen namens Vlissingen lid van de Vergadering van Provisionele Representanten van het Volk van Zeeland. Als zodanig werd hij afgevaardigd naar de Algemene Vergadering die de Eerste Nationale Vergadering van de Staten-Generaal moest voorbereiden. Hij deed zijn werk nauwgezet, zonder oordeel en met respect voor de ander.

Ook als wetenschapper maakte hij indruk en heeft hij veel publicaties op zijn naam staan. Zo was hij de eerste die schreef over Nieuw Nederland, een zeventiende-eeuwse Nederlandse kolonie aan de oostkust van de VS, met Nieuw-Amsterdam (het huidige Manhattan, New York City) als hoofdstad. Ook heeft hij meegeschreven aan een belangrijke publicatie over Oost- en West Indische zaken, met nadruk op de Verenigde Oost Indische Compagnie (V.O.C.) en de West Indische Compagnie (W.I.C). Dit werk maakte zoveel indruk dat hij werd aangesteld als hoofd van de commissie voor Oost- en West Indische zaken. Koning Lodewijk Napoleon benoemde hem tot staatsraad in buitengewone dienst. Van 1787 tot 1795 werkte hij mee aan de Bijvoegselen, aanmerkingen en nalezingen op de nieuwe druk van Wagenaars Vaderlandsche Historie, een werk dat nog steeds belangrijk is voor onze geschiedschrijving.

Lambrechtsen trouwde in 1790 met Maria Petronella Schorer (1760-1803). Uit dit huwelijk werden een zoon en een dochter geboren.

Het informatiebord bij de grafkelder geeft aan wie Lambrechtsen was en hoe hij hier terecht kwam na zijn dood.Het informatiebord bij de grafkelder geeft aan wie Lambrechtsen was en hoe hij hier terecht kwam na zijn dood (foto Heijmert Rijken).

Gevangen

Op 5 december 1813 werd Lambrechtsen opgehaald met een rijtuig door een officier van de gendarmerie. Hij was op bezoek bij zijn schoonzus, Hillegonda Schorer aan de Rouaansekaai en werd gevraagd mee te gaan naar Gouverneur Generaal Gilly, omdat hij hem wat te zeggen had. Lambrechtsen had al een onderbuikgevoel dat een en ander niet helemaal pluis was. Bij de poort van Vlissingen kwamen nog twee rijtuigen aan: één met J.H. Schorer, oud burgemeester van Middelburg en één met D.I. Schorer op dat moment burgemeester van Middelburg. Ze werden naar het Heeren Logement in Vlissingen gebracht en daar kwam de heer J.C. de Bruyn erbij, de oud-secretaris van Middelburg. De volgende ochtend kregen ze van de Gouverneur Generaal te horen dat ze gearresteerd waren, om te staan voor de gehoorzaamheid der burgers van Middelburg en de inwoners van Walcheren. Dit zou maar korte tijd duren. Vervolgens vroegen ze aan de prefect en de burgemeester van Vlissingen om dit ongedaan te maken, maar dat gebeurde niet. Vier dagen later kregen ze te horen dat ze garant moesten staan voor het leveren van graan aan de Fransen. De eerste dagen waren nog wel aangenaam. Ze waren wel bang voor een bombardement, omdat ze niet zeker wisten of er dan iemand was die ze in veiligheid zou brengen. 14 dagen later, op 19 december, werden de heren M.E.C. Versluys, agent van de Verenigde Staten van Amerika en S. Hendrix, joods koopman binnen gebracht. Ook gearresteerd. De leveringen van goederen vlotte nog niet erg en de mannen kregen te horen dat ze huisarrest kregen en mogelijk zouden worden overgebracht naar Rijssel. Vervolgens schreven ze een brief aan de burgemeester van Vlissingen met het verzoek het huisarrest op te heffen. De heer Hendrix werd ontslagen, nadat hij beloofd had 50.000 Franken in Wisselbrieven op Parijs te disconteren. De heer D.J. Schorer werd op 24 december vrijgelaten en waren ze nog met z’n vieren over: J.H. Schorer, J.C. de Bruyn, M.E.C. Versluys en Lambrechtsen. Ze probeerden steeds de gouverneur te spreken, maar die gaf geen antwoord en zei te wachten op een antwoord van de minister van Oorlog en dat zou zeker tot 5 januari gaan duren. Dus 6 januari spraken ze de gouverneur weer met als gevolg dat de heer J.H. Schorer naar huis mocht. Vijf dagen later, op 13 januari was het dan zover. Lambrechtsen werd ontslagen en mocht naar huis. Bijna 6 weken had hij vast gezeten. Ze verkeerden al die tijd in redelijke welstand. De goede kant van de zaak was dat ze aangename gesprekken hebben gehad over godsdienstige zaken en het lezen van nuttige boeken. Na enkele dagen thuis kreeg Lambrechtsen te horen dat ze mogelijk opnieuw gearresteerd zouden worden, maar dit was gelukkig niet het geval.

Na de gijzeling legde Lambrechtsen zijn functies neer. Toen hij in 1815 de Heerlijkheid Ritthem erfde van zijn oom Antonie Pieter Lambrechtsen, noemde hij zich voortaan Nicolaas Cornelis Lambrechtsen, ambachtsheer van Ritthem. Het dorp Ritthem, dat Lambrechtsen herinnert als ‘een goed ambachtsheer’, ontving van hem een Bijbel uit 1785. Het boek ligt nog altijd in de kerk.

Naast zijn politieke functies had Lambrechtsen vele nevenfuncties, vooral op het gebied van cultuur en wetenschappen. Hij publiceerde over de Zeeuwse geschiedenis en staatsinrichting en ondersteunde kunstenaars, zoals Jacobus Bellamy. Hij was voorzitter van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, dat hij met eigen geld behoedde voor de ondergang. Voor zijn persoonlijke inzet daarbij werd Lambrechtsen geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Op 14 mei 1823 verliet hij het genootschap en op 21 mei 1823 overleed hij.

De grafkelder ligt recht tegenover de ingang van de kerk, nabij de ingang van het kerkhof (foto Heijmert Rijken).De grafkelder ligt recht tegenover de ingang van de kerk, nabij de ingang van het kerkhof (foto Heijmert Rijken).

Begraven

In de achttiende en vroege negentiende eeuw waren er in Nederland en elders al discussies gaande over het begraven in kerken vanwege hygiëne en volksgezondheid. Uiteindelijk werd in 1829 het begraven in kerken verboden. Van Lambrechtsen weten we dat het zijn persoonlijke wens was om op het kerkhof van Ritthem begraven te worden. Al in 1803 had hij een brief geschreven aan het kerkbestuur met dit verzoek. Het kerkbestuur was zeer vereerd en verleende toestemming. Hij mocht zelf de plek uitkiezen. Het was zijn wens om westelijk van de kerk begraven te worden. Voor notabelen was begraven buiten de kerk destijds een nieuwigheid. In Ritthem werd het begraven rond de kerk verboden in 1881 en is de begraafplaats verplaatst naar de Zuidwateringstraat.

Links:

 

Dit is een uitgebreide versie van het artikel dat eerder verscheen op de website van Geloven in de Delta.

 

Aangepast: 25 februari 2026