Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Bergen (NH) - De ‘nieuwe’ Algemene Begraafplaats aan de Kerkedijk

25 juli 2025

Door de snelle groei van de bevolking wordt de begraafplaats aan de Ruïnelaan in Bergen aan het begin van de vorige eeuw te klein. Bovendien beantwoordt hij niet meer aan de wettelijke voorschriften van de Begrafeniswet van 1869 onder andere gezien de afstand van de begraafplaats tot de bebouwde kom. Het is geboden maatregelen te treffen voor een nieuwe begraafplaats.

Het grafmonument op het priestergraf waar in 1924 pastoor Van Delft werd begraven (foto Leon Bok).Het grafmonument op het priestergraf waar in 1924 pastoor Van Delft werd begraven (foto Leon Bok).Op 27 november 1911 besluit de gemeenteraad daarom om 2,5 hectare land aan te kopen in de Oudburgerpolder voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Op 10 november 1914 wordt het plan tot het aanleggen van de nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Kerkedijk (inclusief een deel voor rooms-katholieken) en het beplanten met bomen, zowel van de begraafplaats zelf als de Kerkedijk, door de gemeenteraad goedgekeurd. Er wordt besloten dit zoveel mogelijk door de eigen ingezetenen te laten uitvoeren. Het werk wordt gegund aan de laagste inschrijver J. Dekker Jzn voor 994,50 gulden. In de gemeenteraadsvergadering van 25 april 1916 komen de voorstellen van burgemeester en wethouders (B&W) ter tafel met betrekking tot de begrafenisrechten en het Reglement op begraven. De jaarlijkse uitgaven voor deze nieuwe begraafplaats worden geraamd op 882,50 gulden, terwijl de inkomsten bij invoering van het verhoogde tarief berekend worden op 585 gulden. De voorstellen van B&W worden aangenomen met de wijziging dat de breedte van de grafruimte van 0,80 naar 1,25 meter gaat.

Op 16 januari 1919 besluit de gemeenteraad dat de nieuwe Algemene Begraafplaats 1 januari 1920 gereed moet zijn. B&W komen met voorstellen, zoals een toegangspoort aan de Kerkedijk, een woning voor een doodgraver aan het begin van de toegangsweg, een wachtlokaal en een bergplaats. Op 28 augustus 1919 wordt het voorstel van B&W aangenomen.

Architect J.C. Leijen krijgt de opdracht voor het ontwerp van de begraafplaats. De toegangspoort wordt ontworpen door de vroegere gemeente-architect C. Stuurman.

Op 1 mei 1920 vindt de officiële opening van de nieuwe Algemene Begraafplaats plaats. De eerste begrafenissen vonden echter al plaats in 1918. De gemeenteraad besluit de doodgraverswoning voor 250 gulden per jaar te verhuren aan een gemeente-werkman. Zijn werkzaamheden zullen bestaan uit: het bewaren van de sleutel van de toegangspoort, toezichthouden op de begraafplaats, het schoonhouden van het wachtlokaal, delven van de graven en het onderhouden van de paden en het groen.

Ook een katholiek deel

Als in 1911 wordt besloten land aan te kopen voor een nieuwe begraafplaats, wordt een gedeelte van de grond aangeboden aan het bestuur van de rooms-katholieke kerk, om daarop een eigen begraafplaats te kunnen stichten. Maar het kerkbestuur slaat dat aanbod af.

De parochie heeft sinds jaar en dag op Oostdorp tussen de Natteweg en de Van Borselenlaan enkele percelen in bezit die zij zeer geschikt acht voor een nieuwe katholieke begraafplaats. Zij vindt bij monde van pastoor Van Delft het aangeboden terrein te ver van de dorpskern af liggen, maar volgens de gemeenteraad is dit juist een vereiste waaraan een begraafplaats moet voldoen. Op 4 november 1912 wordt het plan voor een r.-k. begraafplaats op de percelen op Oostdorp, ontworpen door de Bergense gemeente-architect J.C. Leijen, voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders (B&W). Dat keurt het plan goed, ondanks dat de gemeenteraad deze percelen bij uitstek geschikt vindt voor bouwgrond.

Enkele omwonenden tekenen echter bezwaar aan en met succes. Dit leidt in eerste instantie tot schorsing van het besluit door de Kroon tot 1 december 1913, maar al op 3 oktober van dat jaar wordt het besluit van B&W door de Kroon vernietigd. De reden is dat in het ontwerp de afstand van 50 meter tot de bebouwing is opgenomen, terwijl de wet voorschrijft dat dit de afstand is tot de grenzen van de bebouwde percelen. Het gevolg is dat de gemeenteraad de aanleg van de katholieke begraafplaats aldaar in de vergadering van 1 december 1913 uitsluit. Daarnaast zijn er in die omgeving al vergevorderde plannen voor de bouw van een villa voor de heer Maschmeijer ten oosten van de Van Borselenlaan en voor villa De Haaf aan de Natteweg.

Maar het kerkbestuur geeft het nog niet op. Het tekent beroep aan bij de Gedeputeerde Staten, maar dat wordt op 24 juni 1914 afgewezen. Hierna onderneemt de r.-k. kerk nog twee pogingen die niet tot het door hen gewenste resultaat leiden. Ook een wanhopige laatste poging in juni 1916 voor een eigen begraafplaats aan het begin van de Kerkedijk op het land van juffrouw A.C. Aghina en de St. Joseph-Stichting strandt.

Eind 1917 gaat pastoor Van Delft met emeritaat. Hij wordt opgevolgd door pastoor E.P. Rengs. Deze verzoekt de gemeente op 29 april 1918 om een stuk land ten zuidwesten van de nieuwe Algemene Begraafplaats af te staan als begraafplaats voor de katholieke inwoners. Als de gemeenteraad besluit om de nieuwe Algemene Begraafplaats open te stellen voor het begraven van overledenen, komt ook het verzoek van pastoor Rengs aan de orde. De gemeenteraad stelt voor de grond te schenken. Het r.-k. kerkbestuur krijgt uit de gemeentekas 1.200 gulden ten geschenke om een strook grond te kunnen kopen om daarop een begraafplaats te stichten. De raad gaat akkoord met de wens van de pastoor de ingebruikname uiterlijk 1 mei 1919 te laten ingaan. Op 26 mei 1924 wordt pastoor Van Delft hier begraven.

De r.-k. begraafplaats zal in eigen exploitatie worden genomen. Het wordt goed gevonden dat de nog te bouwen gebouwtjes aan de ingang van de Algemene Begraafplaats ook door het r.-k. kerkbestuur voor begrafenissen worden gebruikt, maar de kosten van onderhoud van de gebouwtjes en ook die van aankoop en onderhoud van het gereedschap zullen voor gezamenlijke rekening zijn. 

Uitbreiding en verbetering

In 1947 vindt de eerste uitbreiding plaats van de Algemene Begraafplaats. Omdat er gedurende de Tweede Wereldoorlog een groot aantal militairen werd begraven op de Algemene Begraafplaats is uitbreiding op korte termijn noodzakelijk. De heer Roggeveen, directeur Gemeentewerken, zorgt voor bestek, tekening en begroting. De gebroeders Min zijn de laagste inschrijvers en mogen het werk uitvoeren. Zij hebben toegezegd om zoveel mogelijk arbeiders uit de gemeente te werven.

In 1957 is opnieuw een uitbreiding van de begraafplaats nodig, onder andere omdat er plannen zijn voor het maken van een urnentuin. Deze kan worden gerealiseerd doordat de Duitse militaire begraafplaats is opgeheven door overbrenging van de graven naar de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn. De vrijkomende ruimte wordt opgehoogd en komt ter beschikking van de begraafplaats.

De begrafenis van schilderes Charley Toorop, 9 november 1955 (foto Harry Pot / Anefo. Collectie Nationaal Archief).De begrafenis van schilderes Charley Toorop, 9 november 1955
(foto Harry Pot / Anefo. Collectie Nationaal Archief).

In 1966 schrijven B&W aan de gemeenteraad dat de katholieke begraafplaats in een slechte onderhoudstoestand verkeert en dat het kerkbestuur over onvoldoende middelen beschikt om het onderhoud op te voeren tot het niveau van de Algemene Begraafplaats. B&W stellen voor de katholieke begraafplaats in eigendom en onderhoud over te nemen, hetgeen gebeurt.

Het Bedrijf Gemeentewerken adviseert B&W in december 1970 de katholieke begraafplaats uit te breiden. De uitbreiding zal bestaan uit twee delen: een ten noorden en een ten zuiden van de aanwezige graven, dit zal ruimte geven voor 188 graven.

In 1985 behoeft de katholieke begraafplaats opnieuw uitbreiding. Er wordt per jaar gerekend op 20 à 30 begrafenissen, maar daar is geen ruimte voor. Wel wordt voor 10 à 15 graven per jaar gebruikgemaakt van bestaande graven. De kosten van uitbreiding worden geraamd op 400.000 gulden. Dat geld is er niet. B&W stellen als alternatief voor op korte termijn 130 graven te ruimen, en tot het jaar 1990 bovendien nog veertig graven. De gemeenteraad gaat akkoord, kosten 23.300 gulden. Graven kunnen worden geruimd na een afstandsverklaring door rechthebbende(n).

Op het katholieke gedeelte van de begraafplaats zijn in de loop der jaren relatief meer graven verwijderd dan in het algemene deel. De reden is plaatsgebrek.

Het valt op dat de graven op de katholieke begraafplaats erg dicht naast elkaar liggen, volgens de huidige beheerder van de begraafplaats Gert van Dijk heeft dat met financiën te maken. Duidelijk is te zien dat vanaf het moment dat de gemeente de katholieke begraafplaats weer in eigendom overnam, de graven net zo ruim liggen als op de Algemene Begraafplaats.

In juni 1973 besluit de gemeenteraad een krediet van 103.000 gulden beschikbaar te stellen voor de noodzakelijke uitbreiding van de Algemene Begraafplaats. Twee jaar later is de uitbreiding gerealiseerd, waardoor er ruimte is gecreëerd voor 350 nieuwe graven.

Het college van B&W adviseert de gemeenteraad op 29 november 1994 om de Heidemaatschappij een onderzoek te laten doen met twee vraagstellingen: een zo nauwkeurig mogelijke prognose van de benodigde grafruimte en inzicht in de bodemgesteldheid. Volgens het onderzoeksrapport van de Heidemij bestaat de Algemene Begraafplaats uit de volgende delen: het algemene gedeelte, het r.-k. gedeelte, het gedeelte met oorlogsgraven en het columbarium (eigendom van de Associatie Uitvaartverzorging Alkmaar en Omstreken). Verspreid over de begraafplaats liggen zes historische graven, die mede het karakter van de begraafplaats bepalen en daarom gehandhaafd moeten blijven.

Het rapport komt tot de volgende aanbevelingen:

  1. op korte termijn starten met de uitbreiding van de begraafplaats op het huidige gronddepot (11.125 vierkante meter);
  2. herinrichting van nog beschikbare grafvelden conform het bodemkundig advies, door gronduitwisseling en het aanbrengen van drainage;
  3. beperken van de uitgifte van huurgraven voor onbepaalde tijd;
  4. alleen graven ruimen wanneer hele grafvelden geruimd kunnen worden, zodat drainage kan worden aangebracht;
  5. geen strooiveldje aanleggen; dat zou volgens de toen geldende wettelijke richtlijnen te veel ruimte vergen (circa 90 verstrooiingen per ha/jaar);
  6. geen urnentuin aanleggen, maar in plaats daarvan overwegen de urnen in te passen in daartoe aangepaste grafvelden met een kleiner oppervlak, wat een aanzienlijke ruimtebesparing oplevert.

Tegen de adviezen uit het onderzoeksrapport van de Heidemij in heeft de gemeente in 1998 toch een urnentuin aangelegd en in 2000 een asverstrooiingsveld.

Deel van de urnentuin op de begraafplaats (foto Leon Bok).Deel van de urnentuin op de begraafplaats (foto Leon Bok).

BEGRAVEN EN CREMEREN IN BERGEN

1993

1993 waren er ongeveer 1.350 graven op de Algemene Begraafplaats en 950 op het katholieke gedeelte (samen 2.300). Beide delen kennen drie klassen. De eerste en tweede klas zijn koopgraven voor onbepaalde tijd, de derdeklasgraven zijn algemene graven en mogen na tien jaar worden geruimd.

(Bron: bijlage bij het advies van de commissie Grondgebied aan B&W 30 november 1993)

1994

1. Gemiddeld 54,7% van het aantal Bergense overledenen wordt gecremeerd of elders begraven. Het landelijke percentage voor crematie is 46%.

2. Van het aantal begravingen vindt ongeveer 65% plaats op het algemene gedeelte en ongeveer 35% op het katholieke gedeelte.

3. In 1994 zijn er ongeveer 2193 graven op de Algemene Begraafplaats.

(Bron: gegevens van de gemeente Bergen, 1994)

2023

Cremeren is de populairste uitvaartkeuze: het landelijk percentage voor crematie is 68,4%. Waarschijnlijk is dat voor Bergen niet lager. Twee redenen voor de ‘populariteit’ van cremeren:

  • cremeren is goedkoper dan een begrafenis. Een crematie kost tussen de 5.000 en 6.000 euro tegenover zo’n 9.000 euro voor een begrafenis. Het aantal crematoria in Nederland steeg tot meer dan 120;
  • steeds meer mensen willen hun kinderen niet opzadelen met een onderhoudsverplichting voor een graf.
(Bron: Landelijke Vereniging van Crematoria, 2024).

In 1995 stelt de gemeenteraad de Beheersverordening van de gemeentelijke begraafplaats en de Verordening begraafrechten vast. Op dat moment gelden in de gemeente nog steeds de Verordening op de begraafplaats (door de gemeenteraad vastgesteld op 2 juni 1864) en de Verordening van politie op de begraafplaats en het begraven van lijken (vastgesteld op 9 december 1869). Er komen twee belangrijke wijzigingen. Ten eerste vervalt een klassenindeling bij de nieuw uit te geven graven. Deze wijziging wordt ingegeven door de huidige maatschappelijke verhoudingen. Ten tweede vervalt de mogelijkheid om graven voor onbepaalde tijd uit te geven. Wil men een eigen graf in stand houden, dan zal men periodiek, dat wil zeggen om de tien jaar, de termijn moeten verlengen. Deze wijzigingen moeten voorkomen dat de gemeente binnen afzienbare tijd weer met ruimtegebrek op de begraafplaats geconfronteerd zal worden.

Het wel en wee van de aula

Er is behoefte aan een aula, maar de bouw komt niet snel van de grond. In 1961 wordt aan B&W een schetsontwerp van de directeur van het Bedrijf Gemeentewerken voor de bouw van een aula op de Algemene Begraafplaats voorgelegd. In een schrijven aan de gemeenteraad van 8 mei 1963 dringt de kerkenraad van de Nederlandse Hervormde Gemeente aan op spoed met betrekking tot de bouw van een aula. Een verzoek dat op 7 november 1964 wordt herhaald.

In augustus 1969 doen B&W de gemeenteraad voor de tweede maal een voorstel voor de bouw van een aula op de Algemene Begraafplaats. Twee maanden later zet burgemeester De Ruiter de gemeenteraad onder druk. Dan publiceert De Duinstreek van 27 november 1969 een bericht met als kop: Burgemeester de Ruiter: ’n Aanfluiting dat er nog geen aula is.

Vier maanden later meldt De Duinstreek dat de bouw van een aula is aanbesteed aan de laagste inschrijver, het bouwbedrijf M.L. Marquering te Bergen met een offerte van 80.100 gulden excl. BTW. In februari 1971 komt de aula gereed. Midden jaren tachtig bouwt het bouwbedrijf Jan Houtenbos & Zn. een vrijstaande berging achter de aula.

In 1989 vindt er nog een grote verandering plaats. Aan het Molenweidtje heeft de Associatie Uitvaartverzorging Alkmaar en Omstreken een uitvaartcentrum met dienstwoning in aanbouw. Om het gebruik van beide uitvaartfaciliteiten goed op elkaar af te stemmen heeft de gemeenteraad op 31 mei 1988 besloten de aula op de Algemene Begraafplaats te verkopen aan de Associatie. Voor het gebruik van de aula dient men zich voortaan niet meer te richten tot de gemeente, maar tot de Associatie. Ook is er met de Associatie afgesproken dat zij de representatieve taak van de gemeente overneemt door elke uitvaart te ontvangen, te begeleiden en uit te geleiden. De uitvaartdiensten worden voortaan gehouden in het uitvaartcentrum aan het Molenweidtje. In de aula wordt om die reden ruimte gemaakt voor een columbarium.

Vijf jaar later, in 1993, laat de Associatie Uitvaartverzorging Alkmaar en Omstreken in een schrijven aan B&W weten dat de koop van de aula toentertijd min of meer was afgedwongen: ”Bij de aankoop destijds van de grond, nodig voor ons uitvaartcentrum, verplichtte u ons de onderhavige aula eveneens in eigendom te nemen.”

De aula in 2020 (foto Leon Bok).De aula in 2020 (foto Leon Bok).

Het uitvaartcentrum met dienstwoning van de Associatie is in 2018 voor het laatst gebruikt voor uitvaartdiensten. De aula is sinds 2018 weer eigendom van de gemeente. Het columbarium werd een jaar later vervangen door de urnenmuur (zie verderop). Eind jaren negentig is er een nieuwe berging en onderkomen voor het personeel gebouwd door aannemer Houtenbos. Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in februari 2022 is het gebouw tot de sloop in 2023 nog gebruikt als opvang voor asielzoekers en vluchtelingen uit Oekraïne.

Voorzieningen voor as na crematie

Toen er in 1957 werd gesproken over uitbreiding van de Algemene Begraafplaats, was dat mede in verband met de aanleg van een urnentuin. Ook de Vereniging voor Facultatieve Crematie afdeling Bergen, vraagt in een schrijven aan B&W van 11 februari 1961 of er zo’n urnentuin kan worden aangelegd. Maar de urnentuin laat op zich wachten. Pas in juli 1973 gaat het Bedrijf Gemeentewerken naar aanleiding van nog een aantal ingekomen aanvragen na of een klein gedeelte van de Algemene Begraafplaats daarvoor kan worden gebruikt.

Er kan een oppervlakte van 120 vierkante meter voor worden vrijgemaakt achter de Geallieerde Begraafplaats. Qua onderhoud zouden er geen extra kosten aan verbonden zijn. In 1977 is de urnentuin gereedgekomen. In de urnentuin kunnen urnen worden geplaatst in een urnengraf: een betonnen keldertje, afmetingen 40 x 40 x 45 cm, voorzien van een afdekplaat, waarin maximaal twee asbussen, uitsluitend van familieleden, kunnen worden bijgezet. Uit informatie ingewonnen bij de gemeenten Alkmaar, Amstelveen en Hoorn bleek dat van een dergelijke tuin zeer weinig gebruik wordt gemaakt, omdat na crematie de as meestal wordt uitgestrooid of wordt bijgezet in een reeds bestaand familiegraf.

Toen in 1987 voor de urnentuin het tienjarig bestaan naderde, kwam voor rechthebbenden de vraag: verlengen of opzeggen. Voor velen speelde daarbij of het mogelijk zou zijn om meer dan twee urnen bij te zetten. Evert Spee, opzichter van de begraafplaats en groenvoorziening antwoordde op die vraag: “Wat Dirk Kos betreft is het geen bezwaar om drie tot vier urnen in een graf te plaatsen”.

In 1998 is een nieuwe urnentuin gereedgekomen. De urnen uit de eerdere urnentuin zijn hierheen verplaatst. Op de plaats van de eerdere urnentuin liggen nu de kindergraven. Ondertussen was in 1988 ook het columbarium in de aula gereedgekomen.

De urnenmuur (foto Theo de Graaff).De urnenmuur (foto Theo de Graaff).

Op het nieuwe deel, van de uitbreiding, is in 2000 een grasveldje ingericht waar asverstrooiing plaatsvindt. Uit diverse reacties van nabestaanden bleek dat men met het verstrooien van de as toch nog iets miste. In samenspraak met het personeel en een natuursteenbedrijf is een ‘monument’ gerealiseerd waarop nabestaanden de naam van de overledene van wie de as daar ter plaatse is verstrooid kan worden aangebracht. Daarmee blijft er voor de nabestaanden toch nog iets tastbaars over. Het geheel bestaat uit drie natuurstenen platen. Op de buitenste twee platen is ruimte voor de namen van de overledenen. De middelste rechtopstaande steen bevat een V-vormig gedeelte van glas dat wordt gesierd met rietpluimen en een duif. De symboliek hierachter is het oneindige en het niet weten waar je in vrede naar toe zult gaan. De kosten voor dit monument waren afgerond 14.000 gulden. De gemeenteraad ging er op 10 oktober 2000 mee akkoord. De verwachting was dat er per jaar vier à vijf asverstrooiingen zouden plaatsvinden. Nu blijkt dat er gemiddeld minder dan drie asverstrooiingen per jaar plaatsvinden.

Het namenmonument bij het asverstrooiingsveld (foto Theo de Graaff).Het namenmonument bij het asverstrooiingsveld (foto Theo de Graaff).

Tegenover het asverstrooiingsveld is in 2019 een urnenmuur opgericht als vervanging van het columbarium in de aula. Volgens de heer Spee heeft het columbarium in de aula nooit meer dan tien urnen in bewaring gehad. Urnen kunnen ook in de bestaande graven worden bijgezet.

Beheerders en doodgravers

Een van de eerste doodgravers van de Algemene Begraafplaats is C. Blokker. Hij heeft in 1918 65 mensen begraven en krijgt daarvoor een toeslag van 100 gulden. De jaarwedde van de doodgraver gaat per 1 januari 1919 van 250 naar 400 gulden. De eerste beheerder is de heer C. Winder, tevens eerste huurder/bewoner van de doodgraverswoning Kerkedijk 42. In 1938 wordt Arie Vrasdonk beheerder. Hij huurt deze woning voor 3 gulden per week. Arie Vrasdonk is de grootvader van Arjan Kos, die in juli 2023 afscheid nam als beheerder. Arie Vrasdonk wordt opgevolgd door Arie Staadegaard, die in 1962 Dirk Kos, de schoonzoon van Arie Vrasdonk, als opvolger krijgt. Dirk Kos heeft die functie vervuld tot 1 oktober 1991. Hij verhuist begin juni 1989 naar een andere woning. De beheerderswoning is vanwege zeer slechte bouwkundige staat in 1989 gesloopt. Dirk Kos wordt opgevolgd door zijn zoon Arjan, en Arjan door de huidige beheerder Gert van Dijk. Arjan is nog in de beheerderswoning bij de ingang van de begraafplaats geboren en heeft daar tot zijn 18de jaar gewoond. Hij vertelt: “Het kerkhof was mijn speeltuin, dat was heel gewoon. En ik heb hier op de kerkhoflaan leren fietsen en autorijden.” Arjan hield kantoor op de begraafplaats in Bergen.

Begrafenis op de Algemene Begraafplaats, ca. 1950. Dragers: linker rij van voor naar achter: M. Thomas, G. Dekker, H. Schouten en Th. de Moel; rechter rij J. van de Berg, P. Leering, J. de Groot en J. Henneman. Achter de baar dominee Bloemhof (niet bekend als een Bergense predikant). (foto Collectie Regionaal Archief Alkmaar, deelcollectie Piet Mooij Bergen).Begrafenis op de Algemene Begraafplaats, circa 1950. Dragers: linker rij van voor naar achter: M. Thomas, G. Dekker, H. Schouten en Th. de Moel; rechter rij J. van de Berg, P. Leering, J. de Groot en J. Henneman. Achter de baar dominee H.W. Bloemhoff uit Heiloo.
(foto Collectie Regionaal Archief Alkmaar, deelcollectie Piet Mooij Bergen).

Sinds Bergen, Schoorl en Egmond in 2001 formeel zijn samengevoegd, had Arjan het beheer over drie begraafplaatsen en stuurde hij vijf man personeel aan. Een deel van zijn werk bestond uit kleine administratieve werkzaamheden, dat wil zeggen het doornemen van de papieren die hij kreeg van de begrafenisondernemers. Die gaf hij vervolgens door aan het gemeentehuis. “En dan was er nog het dagelijks onderhoud: schoffelen, maaien, harken, graven klaarmaken. Dat was zo’n 90 procent van het werk.”

Op het katholieke deel van de begraafplaats waren de mensen van het eerste uur R. Kleverlaan, die zich bezighield met de aanschaf en het plaatsen van boompjes en struiken en de doodgravers W. Blokker, Jan van Duin en L. Thomas. Het salaris van klokkenluider en doodgraver Jan van Duin bedroeg in 1924 de eerste drie kwartalen 75 gulden en het laatste kwartaal 94 gulden. Het klaarmaken van een graf werd in die tijd beloond met 5 gulden. Doodgraver Thomas verdiende vanaf 1927 tot halverwege de jaren 30 als doodgraver de eerste drie kwartalen 37,50 gulden en het laatste kwartaal 45 gulden.

De Bergense begraafplaats is bijna tien hectare groot. De Schoorlse begraafplaats is anderhalve hectare en die van Egmond één hectare. Arjan Kos heeft zijn werk altijd buitengewoon interessant gevonden, vertelt hij in het artikel dat in 2023 verscheen ter gelegenheid van zijn vervroegde pensionering. “Het is een prachtberoep.” Vooruitlopend op zijn leven na zijn pensioen zegt Arjan: ”Veel mensen gaan met pensioen en sterven vlak daarna. Mijn vader is hier voor de deur van het kerkhof aan een hartaanval bezweken. Dat wil ik vóór zijn. Ik wil samen met mijn vrouw genieten van de tijd die ons nog rest.” 

’Het Pѐre-Lachaise van het noorden’

Beeldend kunstenaar Pieter Bijwaard noemt de Algemene Begraafplaats van Bergen in het boek van Bob Polak Hier ligt Hemelrijk ‘het Pѐre-Lachaise van het noorden’. Er liggen dan ook heel wat beroemdheden. Terebinth, tijdschrift voor funerair erfgoed, vergelijkt de Algemene Begraafplaats in Bergen zelfs met een openluchtmuseum.

In september 2016 heeft toenmalig wethouder Cultuurhistorie Peter van Huissteden aan Niek Weel, voorzitter van de Historische Vereniging Bergen NH, gevraagd om in samenwerking met Anita van Breugel (destijds vertegenwoordiger van Terebinth en later BUCH-ambtenaar) de grafmonumenten op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkedijk te inventariseren op cultuurhistorische waarde en een selectie te maken van begraven personen die zowel in de kern Bergen als ook landelijk van betekenis zijn geweest. De opdracht is namens de HVB opgepakt door Gerard van den Berg.

Grafmonument voor Charley Toorop, met een kwatrijn van A. Roland Holst (foto Kees Orij).Grafmonument voor Charley Toorop, met een kwatrijn van A. Roland Holst (foto Kees Orij).

De begraafplaats aan de Kerkedijk is van groot cultuurhistorisch belang. In totaal zijn er 176 grafmonumenten en een rij kindergrafjes aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol en belangrijk om te behouden voor de toekomst: 151 grafmonumenten op de Algemene Begraafplaats en 25 grafmonumenten en de rij kindergrafjes op het katholieke deel.

Opvallend is dat op de Bergense grafmonumenten minder vaak de traditionele symboliek wordt waargenomen dan op begraafplaatsen in de nabije omgeving. Wel treffen we regelmatig palmtakken aan als symbool voor de overwinning op de dood, en zo ook de opkomende- en ondergaande zon. De afwezigheid van de traditionele symboliek zou te maken kunnen hebben met de vrije, modernere geest van de inwoners van een kunstenaarsdorp, en wellicht ook met de recentere ingebruikname. Meer dan in de andere kernen van de gemeente Bergen worden er speciaal ontworpen kunstwerken op de graven geplaatst. We zien dan ook veel bronzen sculpturen, maar ook stenen, houten, ijzeren of glazen objecten. Het is een manifestatie van het kunstenaarsaspect, maar ook van een welvarend dorp met veel welgestelden.

Grafmonument voor jeugdboekenschrijvers Rein Valkhoff en Anneke Wijdom en hun zoon en schoondochter (foto Kees Orij).Grafmonument voor jeugdboekenschrijvers Rein Valkhoff en Anneke Wijdom en hun zoon en schoondochter
(foto Kees Orij).

Opmerkelijk is ook dat op het algemene gedeelte van de begraafplaats regelmatig dichtregels en rouwrijmen op of bij de grafmonumenten worden gezien. Op meerdere plekken heeft de prins der dichters Adriaan Roland Holst zijn verzen achtergelaten. Andere bekende dichters die geciteerd worden zijn J. Slauerhoff, de Fransman Marcel Proust, Hans Lodeizen, Lucebert, Henriëtte Roland Holst en Joost Zwagerman.

Op het katholieke gedeelte zijn minder speciaal vormgegeven kunstwerken te vinden. Er liggen ook minder kunstenaars begraven. De grafmonumenten van de katholieke kunstenaars zijn veelal uitgevoerd in mozaïek. Het grafmonument van Jaap Min is gemaakt door zijn dochter Hélène. Simon Min, de broer van Jaap Min, is betrokken geweest bij een aantal grafmonumenten, veelal van familieleden.

Het priestergraf van pastoor Van Delft heeft een centrale plaats en heeft een ruime grafkelder. Het past in de katholieke traditie om veel aandacht voor de grafmonumenten van kerkleiders te hebben.

Overzicht van een deel van de begraafplaats (foto Kees Orij).Overzicht van een deel van de begraafplaats (foto Kees Orij).

Er ligt een indrukwekkende rij kindergraven uit de jaren ’30, ’40 en ’50 van de twintigste eeuw, die een uitgesproken tijdsbeeld geven. De steentjes hebben geringe afmetingen en zijn veelal voorzien van keramische of koperen engeltjes. Ook toen dit deel van de begraafplaats nog in beheer van de katholieke gemeenschap was, zijn de kindergraven, waarschijnlijk vanwege de grote emotionele waarde, steeds ontzien bij het ruimen.

Op de Algemene Begraafplaats liggen kunstenaars van allerlei pluimage: schilders, dichters, schrijvers, componisten, fotografen en beeldhouwers begraven, maar ook een choreografe, graficus, een filmproducent, een illustrator, een pianist, een zanger en een actrice. Kunstenaars die internationaal, landelijk, regionaal en lokaal bekend zijn.

Grafmonument voor Simeon en Sientje ten Holt. De steen voor componist Simeon ten Holt weerspiegelt zijn minimalistische muziek (foto Bernard Nuyens).Grafmonument voor Simeon en Sientje ten Holt. De steen voor componist Simeon ten Holt weerspiegelt zijn minimalistische muziek (foto Bernard Nuyens).

Kunstenaars van internationale allure zijn de componist Simeon ten Holt, schilder, dichter, beeldhouwer en fotograaf Lucebert en de fotografe Gerda Goedhart. Landelijk, regionaal en lokaal bekend zijn de schilders van de Bergense School, zoals Matthieu Wiegman, Arnout Colnot, Jaap Weyand, Bernard Essers, Charley Toorop, Jan van Herwijnen en Piet Worm. Recentere kunstenaars zijn onder anderen Edgar Fernhout, Willem Reyers, David Kouwenaar, Jeanne Kouwenaar-Bijlo, Jan Willem Rädecker, Martin Rouwendaal, Henk van den Idsert, Dirk Vis, Nico Berkhout en Jaap Min.

Grafmonument voor Piet Boendermaker (foto Kees Orij).Grafmonument voor mecenas Piet Boendermaker (foto Kees Orij).

Het college van B&W heeft op 18 augustus 1964 besloten om uitsluitend voor ‘ereburger’ Adriaan Roland Holst de grafruimte klasse 1, vak L, rij 1, letter K te reserveren. Deze grafruimte blijft voor onbepaalde tijd eigendom van de gemeente Bergen, terwijl overeenkomstig het genoemde besluit ook het onderhoud van deze grafruimte voor onbepaalde tijd zal geschieden vanwege de gemeente Bergen.

Bronnen

  • Archief Gemeentewerken 1902-1992, inventarisnrs. 1, 14, 237, 365, 479.
  • De Duinstreek.
  • Gemeentearchief Bergen 1922-1969, inventarisnrs. 1-50, 60-81, 945, 948, 960.
  • Gemeentearchief Bergen 1970-1979, inventarisnr. 47.
  • De Algemene Begraafplaats in Bergen: óók een openlucht museum. Artikel in Terebinth, december 2023, pag. 12 e.v.
  • Jakob Jansen. Beheerder Arjan Kos van de grootste militaire begraafplaats van Noord-Holland stopt na 32 jaar: ’Ik ben bijna op de begraafplaats geboren’, in Alkmaarsche Courant 7 juli 2023.
  • NRC 1 juli 2009.
  • Bob Polak. Hier ligt Hemelrijk - schrijvers, schilders en anderen begraven in Bergen. Schoorl, Uitgeverij Conserve, 2013.
  • Frits David Zeiler. Kerken in de Heerlijkheid. Bergen NH, RK Parochiegemeenschap HH Petrus en Paulus, 1999.
  • Interviews met Arjan Kos, Gert van Dijk, Evert Spee, Leo Rotthier, Henk Min en Maarten Min.

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Bergense Kroniek, themanummer 16, 32ste jaargang, juni 2025, getiteld Begraven in Bergen. Losse nummers te bestellen bij de Historische Vereniging Bergen-NH.

 

Aangepast: 27 juli 2025