Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Het archeologische aspect van onderzoek naar verdwenen Joodse begraafplaatsen in Nederland (deel I)

31 maart 2026

Joodse begraafplaatsen zijn vaak eeuwenoud en een soort tijdcapsule voor de Nederlandse geschiedenis. Deze eeuwenoude graven kunnen blijven bestaan vanwege de naleving van de Sjoelchan Aroech, Yoreh De’ah, oftewel de Joodse wetten over graven en begraafplaatsen. Alhoewel de Sjoelchan Aroech soms vragen oproept bij zijn lezer, is deze over één regel erg duidelijk: “Een bekend graf mag niet geruimd worden.”. Dat betekent dat de overledene kan rekenen op eeuwige grafrust. Het verstoren van een graf is dus verboden, maar de Sjoelchan Aroech noemt ook uitzonderingen, namelijk: herbegraven op een Joodse begraafplaats vanaf een niet-Joodse begraafplaats is toegestaan en ook herbegraven in het land van Israël wordt als geldige reden beschouwd. Overstromingsgevaar en het gevaar dat ‘heidenen’ botresten uit het graf zullen halen zijn andere voorbeelden.

De ooit verdwenen Joodse begraafplaats in het centrum van Winschoten is weer hersteld en afgeperkt met een hekwerk (foto Leon Bok).Diverse Joodse begraafplaatsen in Nederland zijn geruimd, maar deze locaties zouden nog steeds beschermd moeten worden. Dan kunt u zich afvragen waarom, “want de graven zijn toch weg?”, maar er moet vanuit worden gegaan dat de ruimingswerkzaamheden niet goed of volledig zijn uitgevoerd. Neem bijvoorbeeld de zogenaamde voormalige begraafplaatsen in Winschoten, Kampen en Amersfoort. Op deze drie locaties zouden in het verleden werkzaamheden plaats vinden, maar deze moesten worden onderbroken door de vondst van stoffelijke resten.

In 1969 is de Joodse begraafplaats in Winschoten geruimd vanwege verwaarlozing en grafontering, maar erg volledig is deze ruiming niet uitgevoerd. De begraafplaats in Kampen is in 1948 geruimd, maar niet álle botresten zijn geborgen. De Joodse begraafplaats in Amersfoort uit 1700, is door de jaren heen langzamerhand verdwenen en daardoor bovengronds niet meer te herkennen. Men was daardoor in de veronderstelling dat de begraafplaats geruimd was, wat bij een opgraving niet het geval bleek.

Hebben deze situaties gevolgen voor de toekomst? Ja, ondanks de verwachtingen dat op de drie locaties bodemingrepen plaats konden vinden, zijn in Winschoten de stoffelijke resten van 11 en in Amersfoort 13 complete individuen aangetroffen. In Kampen is één middenhandsbeentje gevonden tijdens een boring, welke volgens Joods protocol is herbegraven. De resten in Winschoten zijn volgens Joodse voorschriften herbegraven op het Sint Vitusholt en de graven in Amersfoort zijn bewaard gebleven. Behoud was mogelijk dankzij een aangepast plan voor de werkzaamheden.

Herontwerp van het plan voor de rondwandeling over de oude vestingwallen na de vondst van de oude Portugees-Joodse begraafplaats in Amersfoort.

Wat betekent dit voor andere geruimde of verdwenen Joodse begraafplaatsen in Nederland?

Als op deze drie locaties graven of botten zijn aangetroffen, hoe zit het dan met de rest van Nederland? Waar in Nederland zijn Joodse begraafplaatsen geruimd of verdwenen en wat moeten we doen als op die locaties bodemingrepen plaats moeten vinden? Is er documentatie van deze ruimingen? Vanwege deze vragen is in 2024/2025 op verzoek van Leo Smole, archeologische adviseur voor het Interprovinciaal Opperrabbinaat, een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar de voormalige Joodse begraafplaatsen in Nederland.

Onderzoek is gedaan naar beleid en wetgeving ten opzichte van Joodse begraafplaatsen, de locaties van de voormalige begraafplaatsen en de beschikbare documenten. Daarnaast is onderzocht hoe archeologisch onderzoek kan bijdragen aan de bescherming van deze locaties.

Na literatuuronderzoek en contact met funerair erfgoed specialist Leon Bok is geconcludeerd dat in Nederland minimaal 82 Joodse begraafplaatsen geruimd of verdwenen zijn. Daarvan is geconstateerd dat ná de Tweede Wereldoorlog minimaal 48 begraafplaatsen geruimd zijn. Van de ruimingen is binnen het tijdsbestek van dit onderzoek geen consequente documentatie of rapporten gevonden. Niet iedere bron vermeldde de aanwezigheid van een rabbijn, maar er zit niets anders op dan erop te vertrouwen dat de ruimingen en herbegravingen volgens Joodse wetten zijn uitgevoerd. Wat wel in twijfel moet worden getrokken, is de toepassing (of beter gezegd het ontbreken daarvan) van een wetenschappelijke toetsing. Een fysisch antropoloog had mogelijk kunnen voorkomen dat het ene middenhandsbeentje in Kampen achter bleef. Het is mede daardoor de vraag hoe volledig of zorgvuldig alle begraafplaatsen geruimd zijn.

Beschermen met archeologisch onderzoek

Wetende dat op voormalige Joodse begraafplaatsen nog losse botresten of botresten van complete individuen aanwezig kunnen zijn, kan men zich afvragen wat er moet gebeuren op deze locaties wanneer daar bodemingrepen plaats zouden gaan vinden. Ter bescherming van ons bodemarchief is archeologisch onderzoek verplicht op iedere plek in Nederland waar de bodem verstoord dreigt te worden. Dat begint altijd met een bureauonderzoek om te ontdekken of archeologie in de grond verwacht wordt. Indien daar waarschijnlijk archeologische resten zitten volgt een Inventariserend Veldonderzoek Overig (dat wil zeggen oppervlaktekartering, booronderzoek en geofysisch onderzoek) of Proefsleuven (een IVO-O of een IVO-P). Als na deze soorten onderzoek door de desbetreffende gemeente besloten wordt om de werkzaamheden door te laten gaan, dienen alle vondsten te worden opgegraven en opgeslagen in een depot. Idealiter besluit de gemeente om de archeologie te bewaren waar het al die jaren al veilig is geweest, in de bodem en wordt de locatie beschermd. Al deze stappen zijn verplicht en worden gezet volgens de Archeologische Monumentenzorg-cyclus (AMZ-cyclus).

Echter, op een voormalige Joodse begraafplaats is deze cyclus wegens de Joodse wet niet wenselijk. Dat heeft te maken met de grote kans op het beschadigen van Joodse botresten. Booronderzoek is verboden, omdat er geen zicht is op waar de boor doorheen gaat en geofysica kan geen losse botresten herkennen. Ten slotte dienen de botten uit een Joods graf te worden herbegraven (indien behouden in het originele graf geen mogelijkheid is) en dus niet opgeslagen in een depot.

De AMZ-cyclus kan wel worden aangepast aan de specifieke eisen die gelden voor locaties van voormalige Joodse begraafplaatsen. Op onderstaande afbeelding is te zien welke stappen wel gezet kunnen worden op deze locaties. Indien bodemwerkzaamheden verricht moeten worden op de locatie van een voormalige Joodse begraafplaats, is de afgestemde AMZ-cyclus een veilige manier om mogelijk aanwezige graven te beschermen. Eventuele, onvermijdelijke herbegravingen moeten gerapporteerd worden om de zorgvuldigheid te waarborgen. De aanwezigheid van een fysisch antropoloog of ervaren archeoloog is een vereiste.

Variant van de AMZ cyclus die geschikt is voor locaties van voormalige Joodse begraafplaatsen.Variant van de AMZ cyclus die geschikt is voor locaties van voormalige Joodse begraafplaatsen.

Deze variant op de AMZ-cyclus is van waarde op locaties van voormalige Joodse begraafplaatsen, aangezien deze expliciet rekening houdt met Joodse religieuze voorschriften. Daarnaast biedt het opnemen van een systematisch stappenplan houvast bij werkzaamheden op dergelijke locaties, doordat het aanspoort op een consistente werkwijze. Hierdoor neemt de kans op onzorgvuldigheid af en wordt een uniforme omgang met deze gevoelige plaatsen gestimuleerd.

Literatuur:

 

Aangepast: 31 maart 2026