Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Beroemde Graven


Geschreven: 18 juli 2009
Aangepast: 06 mei 2013
Auteur: René ten Dam
Categorie: Letteren

 

* Nijmegen 7 januari 1951 - † Amsterdam 15 februari 1990

 

kellendonkFrans Kellendonk studeerde Engelse taal- en letterkunde en promoveerde op een proefschrift over een 17e eeuwse uitgeverij. Tegelijk verscheen zijn eerste verhalenbundel “Bouwval” (1977) dat direct veel aandacht kreeg en bekroond werd met de Anton Wachterprijs.

De belangrijkste thema's in het werk van Kellendonk zijn waarheid, eenheid, afzijdigheid en deelname. Hij publiceerde niet erg veel. Er verschenen twee verhalenbundels, drie romans en een essaybundel. Kellendonk was redacteur van het tijdschrift De Revisor van 1978 tot 1983.

In 1990 overleed Kellendonk aan de gevolgen van AIDS. Hij ligt begraven op Zorgvlied. (2001)

 

 

 

 


Geschreven: 18 juli 2009
Aangepast: 09 april 2018
Auteur: Pim de Bie
Categorie: Kunst & Cultuur

 

* Dordrecht 7 juni 1907 - † Laren 30 april 1995

 

Otto Boudewijn de Kat, geboren in Dordrecht, groeide op in een gegoede familie. Vader Otto Boudewijn de Kat, heer van Blijswijk (1875-1922), was in het bankwezen werkzaam, moeder Jacoba Maria Henriëtte Johanna van Leeuwen Boomkamp (1876-1967) kwam uit een welgestelde familie. Lang heeft Otto niet in Dordrecht gewoond, reeds in 1908 verhuisde de familie naar Haarlem.

ottobdekat2

In 1920 begon hij een opleiding bouwkunde, versierende kunsten en kunstambachten in Haarlem, in 1927 gevolgd door een tweejarige avondopleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam. Het jaar 1928 bracht hem naar Parijs waar hij zich geheel aan de schilderkunst wijdde. Bij terugkomst meldde hij zich als lid van de vooruitstrevende kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken en werd leerling van Henri Boot (1930).

Zijn huwelijk met de dichteres Johanna Maria Janetta (Hans) van Zijl werd op 24 april 1930 gesloten. Door zijn vrouw kwam hij in literaire kringen en raakte bevriend met de schrijvers Anton van Duinkerken en Albert Helman wiens portret hij in 1929 had geschilderd. De Kat werd in het literaire wereldje echter niet serieus genomen. De vriendschap met Helman sloeg om in een haatverhouding. Van 1936 tot 1940 bezocht hij de School der Schone Kunsten in Brussel waarna naar Overveen werd verhuisd waar hij 20 jaar woonde. Na de oorlog richtte De Kat samen met Kees Verwey de Hollandse Aquarellisten Kring op. In 1955 werd hij benoemd tot hoogleraar van de Rijksacademie in Amsterdam. Een functie die hij tot 1972 uitoefende. Ook werd hij voorzitter van de Amsterdamse kunstvereniging Arti et Amicitiae. In de periode 1951 - 1955 schreef hij vele kunstkritische recensies voor Het Vrije Volk en het Haarlems Dagblad.

Geheel onverwacht stierf z'n echtgenote Hans op 3 december 1963. Zelfmoord werd gesuggereerd, maar artsen vonden daar geen concrete aanwijzingen voor. In 1964 huwde hij de Deense Dora Dahl-Madsen en vestigde zich in Amsterdam. Hij bezat rond 1981 een huisje in Grand Pressigny (Frankrijk) waar hij een aantal zomers doorbracht. In 1987 verwisselde hij dit huisje voor een boerderijtje in Twisk. Fysieke omstandigheden noopten hem in Laren te gaan wonen (Haenwijck 1); eind 1994 ging hij naar het Rosa Spierhuis ter plaatse waar hij door een steeds afnemende gezondheid, 4 maanden later, op 30 april 1995 overleed. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Laren (grafnummer O 49).

Op zijn vele reizen schilderde hij z'n impressies. In zijn werk zijn de invloeden van de 19e en 20ste eeuwse kunststromingen herkenbaar. Hij zocht inspiratie bij de Franse impressionisten, post-impressionisten en kubisten zoals Bonnard, Vuillard en de Nederlanders Verwey en Boot. Zijn omvangrijk oeuvre van landschappen, stadsgezichten, portretten, stillevens en interieurs wordt gekenmerkt door abstraheren (waarbij het onderwerp altijd herkenbaar blijft) en door het gebruik van zachte kleuren. Zijn werk straalt harmonie en stemming uit.

 

Literatuur

  • Dick van Broekhuizen e.a.: Otto B. de Kat-Leven en werk (2002)

 


Geschreven: 18 juli 2009
Aangepast: 22 december 2020
Auteur: Hans Hoekstra
Categorie: Algemeen

 

* 1747 - † 1824

 

grafsteenEen Nederlandse poolheld: commandeur Hidde Dirksz. Kat
Wat zeeman, die de kiel naar 't barre Noorden stuurde,
Bestond er ooit op aard, die zooveel ramps verduurde
Als Kat, de fiere Kat, die 's lijdens beker heeft
Tot aan den boôm geleegd, en toch, God dank, nog leeft?

In de herfst van 1777 wordt de bij de oostkust van Groenland vastgeraakte Nederlandse tweemaster Juffrouw Klara, bemand met 38 koppen, door het opgestuwde ijs verpletterd. Commandeur Hidde Dirks Kat uit Hollum op Ameland en de bemanning van de walvisvaarder weten zich op een ijsschots in veiligheid te brengen. Met sloepen, en later te voet over het ijs, proberen ze de bewoonde wereld te bereiken. Na vele ontberingen - Kat zal later in zijn dagboek schrijven dat hij zich enigszins een denkbeeld kon vormen 'van het lijden van onzen Heiland Jezus Christus' - bereiken achttien man, onder wie Kat, de zuidkaap van Groenland waar een diep water en een gebergte hen de doorgang versperren.

De kajaks van de Inuits brengen redding en de overlevenden worden ondergebracht in een Inuitdorp. In zijn dagboek beschrijft Kat de gastvrijheid van zijn redders. "De overgroote liefde dier wilde menschen, welke waarlijk die van vele Christenen te boven gaat, maakte onze harten weemoedig en dankbaar tot God. Het schreijen van kinderen te mogen hooren bevredigde ons met ons lot. Het scheen ons, als of wij in ons eigen huis waren. Zij verkwikten ons met eene soort van soep van Zeehonden- of Robbevleesch met water gekookt. Niemand, die zulks niet ondervonden heeft, kan gelooven, hoe smakelijk wij daarvan aten."

Kat beschrijft in zijn dagboek gedetailleerd 'De Huizen en levenswijze der Wilden': "Schoon de zindelijke mensch groote morsigheid in hunne levenswijze opmerkt, ziet men in tegendeel, dat zij veel vernuft bezitten in het konstig maken van hunne kleederen, in het bereiden der vellen en in de wijze, waarop zij hunne kleederen naaijen." De T-vormige huizen hebben geen schoorsteen, waardoor het woonvertrek met rook is gevuld. De ramen bestaan uit 'gedroogde en aan elkander genaaide Zeehonds-darmen'.

Later verhuist Kat naar Juliaans Hoop, een Deense nederzetting, waar de winter wordt doorgebracht. In zijn dagboek beschrijft hij geestdriftig het Noorderlicht: "Des nachts zagen wij de schoonste vertooning van het afwisselend en spelend Noorderlicht dat zich zoo wonderbaarlijk met alle kleuren aan het oog opdoet, dat geene pen in staat is, zulks te beschrijven; zijnde het voor menschen, die er niet aan gewoon zijn, zeer schrikbarende.beeldOp 27 september 1778 keert Kat terug op Ameland bij zijn vrouw en kind: "De menschen op straat hieven een vreugdegejuich aan en riepen elkander mijne terugkomst toe."

In 1818, Kat is dan inmiddels 70 jaar, verschijnt zijn dagboek in druk onder de titel 'Dagboek eener reize ter walvisch- en robben-vangst gedaan in de jaren 1777 en 1778, door den Kommandeur Hidde Dirks Kat'.

Kat overlijdt in 1824 en wordt begraven bij de Nederlands Hervormde Kerk in Hollum. Zijn eenvoudige grafsteen is nog steeds te bezichtigen. In het dorp Hollum staat ook een beeld van de beroemde commandeur. (2002)

 

 


Geschreven: 18 juli 2009
Aangepast: 10 maart 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Kunst & Cultuur

 

* Bussum 12 oktober 1925 - † Hilversum 23 maart 1991

 

Fons Jansen werd geboren in Bussum op 12 oktober 1925. Hij kreeg de namen Alphonsus Paulus Johannes Maria mee. Die voornamen duiden al op zijn achtergrond, een rooms-katholieke familie. Volgens het Biografische Woordenboek was Fons Jansen het vierde kind van Alphonsus Maria Fredericus Jansen en Katharina Maria Geis. Andere bronnen spreken echter maar over drie kinderen en dat kan kloppen want twee kinderen stierven reeds op zeer jonge leeftijd. Hoe dan ook, zijn ouders waren beiden zeer muzikaal, zijn vader als cellist en zijn moeder als concertpianiste. Zijn vader verdiende het brood als solocellist bij het Concertgebouworkest. Na een meningsverschil met de bekende dirigent Mengelberg kon cellist Jansen vertrekken. Fons’ vader vond een baan bij een bank, waar hij de rest van zijn leven gewerkt heeft.