Drenthe

Een offerblok in een kerk was eeuwenlang een vast gegeven. In sommige gevallen had men een losse bus die bij begrafenissen bij de ingang van het kerkhof geplaatst kon worden. Doorgaans stond op het offerblok voor wie of welke groep geofferd werd. Andere benamingen zoals armenbus, kerkeblok of armenpaal waren ook bekend. De opbrengst van de blokken werd meestal vermeld in de kasboeken van de diaconie.

Het Drentse Grolloo kent een lange geschiedenis, maar bleef altijd klein en bescheiden. Kerkelijk viel het dorp onder Rolde. Pas in 1853 kwam in Grolloo een zelfstandige hervormde gemeente tot stand. Daarop werd meteen aangevangen met de bouw van een kerk en pastorie. Het initiatief en de geldelijke bijdragen kwamen van de 47 hervormde gezinnen die Grolloo en Schoonloo indertijd telde. De eerste dienst werd gehouden op 8 januari 1854.

Omstreden, omdat Armeniërs, die het geplaatst wilden hebben, niet de plek kregen, die ze beoogden. Omstreden, omdat, ondanks groot verzet van Turkse zijde, het monument er toch kwam. Omstreden, omdat de gemeente Assen zich met dit monument voor een moeilijk dilemma geplaatst zag.

Vanaf de zeventiende eeuw werden net als elders in Nederland grote delen van Drenthe ontgonnen en verveend. Die ontginning en vervening vond vooral plaats onder leiding van vermogende particulieren. Jan Rigterink, geboren op 20 juni 1883 in Oosterhesselen, was zo’n ontginner en vervener. In juni 1926 liet hij naast het dorp Zwinderen een bos aanleggen. Later liet hij in het bos een eigen begraafplaats aanleggen.

Niet ver van het grootste hunebed van Nederland, even buiten het Drentse Borger, ligt aan de Marslandenweg een bescheiden Joodse begraafplaats. Het is een herinnering aan een kleine gemeenschap. De eerste Joodse familie die in de omgeving van Borger woonde, was het gezin van Marcus Davids. De familie vestigde zich in 1791 in het nabijgelegen Buinen.

In het vierde nummer (2014) van het tijdschrift Waardeel van de Drentse Historische Vereniging besteedt Henk Luning aandacht aan de katholieke begraafplaats in Assen. Menigeen zal zich daarbij afvragen wat hij hier bedoeld, want dat Assen ooit zo’n begraafplaats kende, is bij weinigen bekend. Goed dus dat de geschiedenis van deze plek nog eens voor het voetlicht komt. Hieronder volgt in het kort de geschiedenis van deze bijna verdwenen plek.

Aan de rand van het Drentse dorp Gasselte, dat zijn oorsprong vindt in de vroege middeleeuwen, staat een opvallend kerkje. Rijdend door de Dorpsstraat valt het kerkje echter nauwelijks op. Ter nauwer nood kan een glimp ervan opgevangen worden achter de woonhuizen.
De historie van het dorp Veenhuizen is dermate interessant dat er al menig verhaal aan gewijd is. Dat geldt ook op funerair gebied. Over de grote begraafplaats van Veenhuizen aan de Eikenlaan is al het een en ander geschreven, net als over het zogenaamde Spaansche kerkhof.
Nadat het gemakkelijk te winnen veen in Groningen en Drenthe in de negentiende eeuw op begon te raken, kwam het moeras achter Emmen in beeld. Dit gebied was al eeuwenlang een woest en moeilijk begaanbaar hoogveengebied. Het maakte onderdeel uit van het 50.000 hectare grote Bourtangermoeras dat maar moeilijk te doorkruisen was. In de nieuwe dorpen die hier ontstonden, werden ook al snel begraafplaatsen aangelegd.

Wie aan Drenthe denkt, heeft niet onmiddellijk het idee dat zich in deze provincie grote gebeurtenissen hebben afgespeeld. Toch is Drenthe meer dan eens het toneel geweest van grote veranderingen, met meer dan regionale betekenis. Van een van die gebeurtenissen is de weerslag te vinden op de begraafplaats van Wilhelminaoord.