Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Beroemde Graven


Geschreven: 12 juli 2009
Aangepast: 06 november 2018
Auteur: Pim de Bie
Categorie: Kunst & Cultuur

 

* Groningen 10 juni 1921 - † Amsterdam 9 maart 1988

 

schaank1Reeds op 14-jarige leeftijd nam Tietje Schaank danslessen bij Frans Muriloff. Ze begon haar carrière als revuedanseres en trad ook op in operettes. Na in 1940 toneellessen bij Paul Steenbergen te hebben gevolgd kwam ze een jaar later als volontair bij het Residentie Toneel. Tot 1946 was ze actrice bij dit gezelschap. Daarnaast trad ze op in het cabaretgezelschap van Paul Meijer.
Ze was nog maar net 15 jaar toen ze een relatie kreeg met de veel oudere revue-artist Willy Derby (1886-1944). Na een aantal jaren met hem te hebben samengewoond ging ze haar eigen weg. Na de oorlog werkte ze enige tijd in München waar ze in bioscoop- en tv films speelde, gastrollen had bij o.a. het Haags Toneel, in tv-drama's speelde en in 1950/51 inToon Hermans' theatershow Alle gekheid op een stokje stond.
Inmiddels was ze in 1942 gehuwd met de acteur Leo de Hartogh. Ze kregen een dochter, Linda, die later de achternaam Van Dyck aannam. Na een jaar werd het huwelijk ontbonden, waarna ze in 1955 de regisseur Montgomery Ford trouwde. Ook dit huwelijk duurde nog geen jaar. In hetzelfde jaar 1955 had ze de acteur Ko van Dijk leren kennen, waarmee ze op 25 juli 1956 in Engeland trouwde. Dit huwelijk werd in 1963, na 8 jaar dus, ontbonden.
In de jaren 1947 tot 1980 maakte ze deel uit van vele cabaret- en toneelgezelschappen zoals het Cabaret Martie Verdenius en het Theatergezelschap Johan Kaart. Op tv verscheen ze o.a. in Pension Hommeles (1958/59), Het meisje met de blauwe hoed (1972/73), Swiebertje (1971/74) en Pommetje Horlepiep (1976/80). Ook in verschillende Nederlandse films had ze een rol, zoals in Kermis in de regen met Kees Brusse (1962) en Een stille liefde uit 1977.
Op tv ontpopte ze zich als een bekwaam karakterspeelster wat bijvoorbeeld bleek in 1962 toen zij samen met haar man Ko van Dijk een scene speelde uit Gaslicht. Ze had echter geen grote ambities; ze noemde zichzelf niet zo'n carrièremens.

rouwadvertentieEen ernstig auto-ongeluk overkwam haar in 1968 toen zij op weg naar haar ouders in Groningen door gladheid in Heerenveen slipte. Ze was 4 jaar niet in staat haar werk te doen.

In de tachtiger jaren werd botkanker bij haar geconstateerd. Na een langdurig ziekbed overleed ze in het Amsterdams Medisch Centrum (AMC).

schaank3Op maandag 14 maart 1988 om 16 uur, een prachtige lentedag, werd ze onder grote belangstelling begraven op de begraafplaats Westerveld in Driehuis, graf MM 152 E 00

Aan het graf werd gesproken door Nico Scheepmaker, journalist/publicist, en de actrice Henny Orri waarna de witte kist met zilveren handgrepen in het graf werd neergelaten. Linda van Dyck sprak een dankwoord.

schaank4Het epitaaf op de grafsteen luidt: Dichterbij kun je niet komen. (2008)

 

Bronnen

  • Theater Instituut Nederland, Amsterdam

 

Grafcoördinaten

  • N 52.26.729 E 4.37.699

Geschreven: 11 juli 2009
Aangepast: 06 november 2018
Auteur: Pim de Bie
Categorie: Kunst & Cultuur

 

* Haarlem 4 december 1897 - † Haarlem 7 december 1979

 

andriessen_portretMarie Silvester Andriessen stamde uit een kunstzinnig Haarlems gezin. Vader Nicolaas Hendrik Andriessen was naast organist ook muziekleraar en koordirigent. Moeder Gezina Johanna Francina Vester schilderde. Uit hun op 13 oktober 1921 gesloten huwelijk kwamen 6 kinderen voort, waarvan er 4 voor een carrière in de serieuze muziek kozen.
Mari toonde al vroeg zijn aanleg voor de beeldende kunst. Beeldhouwer (en later professor) Jan Bronner maakte zich sterk voor de toelating van zijn leerling tot de Haarlemse School voor Kunstnijverheid. Mari studeerde daar van 1912 tot 1916 en vervolgde zijn opleiding op de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam (1917-1923). Hij voltooide zijn studie op de Akademie der Bildende Kunst in München waarna hij zich definitief in Haarlem vestigde. Op 13 oktober 1921 huwde hij met Antonia Geertruida Hendrika (Nettie) Koot (15 november 1897 - 30 mei 1990). Zij kregen 2 zoons.

Door zijn vriend en collega-beeldhouwer Frits van Hall kwam hij in een literaire kring terecht waarvan o.a. Godfried Bomans, Lodewijk van Deyssel, C.J. Kelk, Adriaan Roland Holst en Jan Slauerhof deel uitmaakten. Ook met zijn collega's Hildo Krop en John Raedeker onderhield hij door zijn lidmaatschap van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (1925) vriendschappelijke banden.
In de begintijd van zijn carrière kreeg hij door zijn katholieke afkomst opdrachten van kerken en woningbouwverenigingen voor het maken van beelden met bijbelse onderwerpen en gevelstenen. Veel leverde dit evenwel niet op; de familie leefde in armoede. Zijn bekendheid groeide waardoor er ook van buiten de rooms katholieke kring opdrachten kwamen. Rond 1930 kon hij zijn gezin van de opbrengsten van zijn kunst onderhouden.

In de oorlogsjaren 1940-1945 weigerde Andriessen een afstammingsverklaring te tekenen waardoor hij verstoken bleef van officiële opdrachten. Zijn vriend Van Hall kwam in een Duits concentratiekamp om; Andriessen koos voor het ondergrondse verzet.
andriessen3Na de oorlog ontstond grote vraag naar herdenkingsmonumenten. Andriessen werd de meest gevraagde kunstenaar voor oorlogs- en verzetsmonumenten. Zijn scheppingen staan over heel Nederland verspreid met als hoogtepunt "De Dokwerker"op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam (1952, brons) dat herinnert aan de stakingen tegen de andriessen4deportatie van joden in februari 1942. Zijn roem breidde zich uit. Opdrachten voor grote monumenten ter ere van gedenkwaardige landgenoten volgden. Ir. C. Lely op de Afsluitdijk (1953, brons), Albert Plesman in Den Haag (1958, brons). Ondanks vernieuwingen in de beeldhouwkunst bleef Andriessen werken in de stijl waarin hij het beste was: heldere beeldopbouw en herkenbaarheid van zijn onderwerpen.
Andriessen werd in 1956 geëerd met de prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1940-1945. Sinds 1967 ontving hij van het Rijk een jaarlijks eregeld.

Kanker maakte op 82-jarige leeftijd een einde aan zijn leven. Zijn graf bevindt zich op de r.k. begraafplaats Sint Adelbert in Bloemendaal (graf K 277). (2002-2008)

 

Literatuur

  • Louk Tilanus: De beeldhouwer Mari Andriessen (1984)
  • J.B.J. Teeuwisse: Andriessen, Marie Silvester (1897-1979) - Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 4 (1994)

 

Grafcoördinaten

  • N 52.54.762 E 4.37.359

 

 


Geschreven: 28 juni 2009
Aangepast: 22 december 2020
Auteur: Pim de Bie
Categorie: Algemeen

 

* Langenschwalbach (D) 25 december 1866 - † Amsterdam 29 januari 1942 

Rosalie Stern was getrouwd met de in Eschweiler (Duitsland) geboren industrieel Abraham Holländer (1860 - 19 januari 1927). Ze woonden in Aken. Uit hun huwelijk werden 4 kinderen geboren, Julius (1894), Walter (1897), Betty (1898-22 september 1914) en Edith (17 januari 1900). Betty overleed reeds op 16-jarige leeftijd door blindedarmontsteking, Julius en Walter zijn altijd vrijgezel gebleven en overleden in 1967 en 1968. Edith huwde op 12 mei 1925 met Otto Frank.


Geschreven: 21 juli 2008
Aangepast: 24 december 2020
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Religie

 

* Leeuwarden 8 april 1907 - † Leeuwarden 11 mei 1983

Een legendarische dominee

 

Lekkum2

Johannes Hendrikus was de tweede van de vijf kinderen, die geboren werden uit het huwelijk van het echtpaar Jacob en Jantje Zelle-Brouwer. Het gezin Zelle woonde in Leeuwarden, waar vader Jacob Zelle een betrekking had bij de gemeente als waagwerker en korenmeter. Kerkelijk behoorden ze tot de Gereformeerde Kerk. Zag men in rooms-katholieke kring graag één van de zoons priester worden, in protestantse kringen beschouwde men een zoon, die predikant wilde worden, zeker als een zegen. Moeder Zelle zag haar zoon graag dominee worden en Johannes Hendrikus voelde er veel voor. Het schijnt dat Zelle's moeder ooit heeft gezegd: "Hannes, als het je in de Gereformeerde Kerken niet lukt, dan word je maar Nederlands Hervormd." Mogelijk voorzag zij problemen in de eigen kerk. Die overstap hoefde echter niet te worden gemaakt, maar een lange weg is het wel geworden. Na de lagere school volgt de ULO en daarna het Gereformeerd Gymnasium te Leeuwarden. Met dat diploma op zak kon hij de theologiestudie beginnen. Hij koos de Vrije Universiteit te Amsterdam voor het volgen van deze studie.