Begraafplaatsen

Historische gegevens
De huidige R.K. begraafplaats aan de Straatweg tussen Maarssen en Breukelen dateert uit 1828. Voor die tijd kende Maarssen slechts één kerkhof waar alle inwoners, katholiek of protestant, begraven werden. Deze begraafplaats was rond de huidige Nederlands Hervormde kerk gesitueerd.
Bij Koninklijk Besluit van 22 augustus 1827 werd het begraven in kerken met ingang van 1 januari 1829 verboden. Tevens werd bepaald dat in elke gemeente een begraafplaats van tenminste 25 bij 25 meter moest worden ingericht, gelegen buiten de bebouwde kom. In dorpen met minder dan 1000 zielen mocht echter de bestaande begraafplaats in gebruik blijven. In Maarssen bleef dan ook het kerkhof naast de kerk de enige begraafplaats.
Dat duurde niet lang. Onder pastoor G. van Nooy werd een eigen R.K. begraafplaats aangelegd achter de kerk op Beresteyn (gebouwd in de jaren 1755-1759 en dienst gedaan tot 1885). In 1879 liet pastoor Essink het kerkhof vergroten naar de Oostzijde aan de Vecht. Later volgden nog diverse uitbreidingen.
Ariënsmonument
Eén van de meest markante onderdelen van de begraafplaats is het graf van Dr. Alphons Ariëns. Een sober grafmonument met de inscriptie "Ariëns Priester" siert
zijn laatste rustplaats. Aanvankelijk bestond het monument uit een kleine kapel die om het graf was gebouwd. In 1969 werd dit monument vervangen door een nieuw monument, bekostigd door het NKV.
Alphons Ariëns was pastoor in Maarssen van 1908 tot 1928. Hij was grondlegger van de katholieke arbeidersbeweging, stuwende kracht in de katholieke drankbestrijding en één van diegenen die aan de basis stonden van de katholieke vrouwenbeweging. (2002)
Literatuur
- Een eeuw Heilig Hart Parochie Maarssen, I. van Veldhuizen (1985)

De funeraire geschiedenis van de grote steden in Nederland wordt vaak relatief eenvoudig voorgesteld. Vanaf de vroegste tijden werd in de kerken en op de omringende hoven begraven. In een enkele stad werden vanaf de zestiende of zeventiende eeuw ook wel de bolwerken gebruikt om te begraven. In sommige steden vinden we op die plaatsen nog wel Joodse begraafplaatsen, vaak niet meer in gebruik. In de negentiende eeuw kwam de grootste verandering. Nieuwe regels werden afgekondigd en oude begraafplaatsen in de steden dienden gesloten te worden. Nieuwe moesten aangelegd worden, het liefst buiten de stad, weg van de bebouwing. Er zijn voorbeelden te over waar deze nieuwe begraafplaatsen, groots en groen, werden aangelegd. Soms kwamen er tuin- en landschapsarchitecten aan te pas en vandaag de dag is het op veel van die begraafplaatsen nog steeds aangenaam verpozen. Zover het gangbare verhaal, want niet in alle steden ging het zo. Het is veeleer een verhaal van langzame aanpassingen, pogingen om de oude begraafplaatsen te behouden of om uitstel.
Meestal als er over de aanleg van een nieuwe begraafplaats wordt gesproken krijg je een verhaal van ontwerptekeningen, kosten en de uiteindelijke realisatie. In werkelijkheid is de ontstaansgeschiedenis van een begraafplaats vaak tijdrovender, ingewikkelder en kostbaarder dan in eerste instantie lijkt. Zo ging het ook met de Noorderbegraafplaats in Leeuwarden. Bijna honderd jaar geleden werd de begraafplaats geopend, maar de totstandkoming ging niet van een leien dakje, getuige het volgende verhaal.
Een verhaal over de aanleg, teloorgang en restauratie van een dodenakker
De Algemene Begraafplaats Spanjaardslaan in Leeuwarden is een zeer bijzondere begraafplaats. Met zo'n opmerking beginnen vraagt onmiddellijk om nadere uitleg. De nu gesloten begraafplaats aan de huidige Spanjaardslaan is in zijn tegenwoordige vorm bijzonder door zijn aanleg en zijn ingetogenheid. De begraafplaats is ook bijzonder vanwege de plaats waar deze ligt. De geschiedenis van de omgeving waar zich sinds 1833 de begraafplaats bevindt, gaat vrij ver terug en laat zich verbinden met een aantal hoogtepunten uit de vaderlandse geschiedenis.
De stad Kuinre
Kuinre is een klein plaatsje in de uiterste noord-westhoek van Overijssel. In 1385 kreeg het stadsrechten. Gelegen bij de monding van de riviertjes de Linde en de Tjonger aan de Zuiderzee was het een plek die hoge heren aantrok. De bisschop van Utrecht gaf rond 1165 opdracht om bij Kuinre een burcht aan te leggen. Tevens werd een nieuwe monding van de Linde gegraven waarlangs zich de nederzetting Kuinre ontwikkelde. De burcht trok andere krijgsheren aan, zoals de graaf van Holland.

Enige kilometers ten noorden van Vlissingen in een bocht van de weg naar Koudekerke ligt de historische buitenplaats Moesbosch. In 1806 kocht mr. Abraham van Doorn, geboren te Essequebo op 17 juni 1760, de buitenplaats nadat hij een jaar eerder al de nabijgelegen buitenplaats Der Boede had gekocht. Daarmee mocht Van Doorn zich Heer van de Boede noemen. Sinds 1583 was de heerlijkheid Koudekerke in bezit van de nabijgelegen stad Vlissingen. Hier stond al in de veertiende eeuw een zogenaamde ridderhofstede, waarover in de kronieken gesproken wordt als "...der Boeden-Ambagt, waar in het Ridderlyk Slot en Stamhuis van der Boede praalt".

In de laatste decennia van de voorbije eeuw is er op lokaal en nationaal niveau een herbezinning over de betekenis en de waarde van oude begraafplaatsen op gang gekomen. Als gevolg van deze ontwikkeling kon een aantal tot ruiming gedoemde begraafplaatsen op het nippertje worden gered. De oude begraafplaats in de nabijheid van de Sint-Lambertuskerk van Horst is daarvan een mooi voorbeeld. Overigens wordt de begraafplaats in de volksmond steevast kerkhof genoemd.

Begraafplaatsen zijn niet direct de plaatsen waar je iemand naar toe stuurt om te genieten van een fraaie parkaanleg. Maar gelukkig zijn er steeds meer mensen die oog krijgen voor de fraaie begraafparken in ons land. Het zijn er niet honderden of duizenden, maar slechts een handvol, verspreid door het land. Ze zijn ontworpen met niet alleen de gedachte zoveel mogelijk ruimte te hebben voor graven, maar juist voor de nabestaande een troostende omgeving te bieden waar het groen een helende functie heeft.

Dit van oorsprong middeleeuws dorp wordt vandaag de dag in één adem genoemd met Teerns. De beide dorpjes zijn gelegen aan weerszijden van de Nauwe Greuns, een water dat vroeger vanuit het zuiden toegang gaf tot Leeuwarden. Van kleine geisoleerde dorpjes zijn de beide plaatsen inmiddels geheel opgenomen in de stedenbouwkundige ontwikkelingen van de stad Leeuwarden. Kerk en kerkhof van Hempens bestaan evenwel nog steeds.
In 1853 kochten de ondernemers en broers Jan en Nicolaas van der Griendt uit ’s-Hertogenbosch samen met George Jan Willem Carp uit Arnhem 610 hectare grond in de Peel. Hun doel was om in dit afgelegen deel van de Peel 610 het aanwezige hoogveen te vervenen en af te graven. Op dat moment zullen ze niet bevat kunnen hebben dat hun onderneming ook een bijzondere funeraire geschiedenis zou opleveren.